De angst

Uit­ge­ver: Ambo|Anthos
Engel­se titel: 
The Fear

De angst

C.L. Taylor

Lou loopt weg van huis om met haar leraar Mike naar Frank­rijk te ver­trek­ken. Ze is ervan over­tuigd dat hij haar gro­te lief­de is, maar hij blijkt heel anders in elkaar te zit­ten en laat Lou gebro­ken ach­ter. Acht­tien jaar later ont­dekt Lou dat hij een nieuw slacht­of­fer op het oog heeft en ze is vast­be­slo­ten te voor­ko­men dat de geschie­de­nis zich her­haalt. Maar Mike is een schurk van de erg­ste soort, en Lou moet ervoor waken opnieuw slacht­of­fer te worden…

Uit­ge­ver: Ambo|Anthos
Engel­se titel: 
The Fear

fragment

1 — Lou

Zater­dag 24 maart 2007

Ik haat ver­ras­sin­gen. Zo erg zelfs, dat ik bijna ophing toen Ben me maan­dag op mijn werk bel­de en zei dat ik het week­end vrij moest hou­den omdat hij me wil­de ver­ras­sen. Maar ik hing niet op. Ik deed als­of ik het leuk vond. 

‘Gaat het?’ vraagt hij nu. ‘Je hebt toch geen last van wagenziekte?’ 

Mijn wit weg­ge­trok­ken gezicht heeft niets te maken met het feit dat we in Bens krak­ke­mik­ki­ge Volks­wa­gen Golf over de M2 scheuren. 

‘Het gaat pri­ma,’ ant­woord ik. ‘Maar ver­tel me nou gewoon waar we naar­toe gaan.’ 

Hij tikt met zijn vin­ger tegen de zijkant van zijn neus en glim­lacht. ‘Daar kom je snel genoeg achter.’ 

Ben zou eigen­lijk niet meer zijn dan een one­nightstand. Ik dacht dat hij met­een weer uit mijn bed – en mijn leven – zou ver­dwij­nen zodra onze bezwe­te lijven waren afge­koeld. Maar hij piep­te er niet tus­sen­uit. Hij bleef de hele nacht en wil­de me de vol­gen­de och­tend op een ont­bij­tje trak­te­ren. Ik stem­de in, deels omdat dat min­der onge­mak­kelijk was dan te wei­ge­ren. Maar voor­al omdat ik hon­ger had en er geen eten in huis was. Uit­ein­delijk zaten we meer dan twee uur in het eet­ca­fé. Ik ont­dek­te dat hij een eigen bedrijf­je had als gra­fisch vorm­ge­ver, dat hij nog nooit naar een con­cert was geweest en dat zijn vader een enor­me hypo­chon­der was. Hij ont­dek­te dat ik enig kind was, dat ik als pro­ject­ma­na­ger bij een e‑learningbedrijf werk­te en dat mijn vader onlangs was over­le­den. Ben reik­te met­een over de tafel, kneep zacht­jes in mijn hand en zei dat hij het heel erg voor me vond. Toen hij vroeg of de band tus­sen ons hecht was geweest, ver­an­der­de ik snel van onderwerp. 

Op een gege­ven moment zal ik terug moe­ten naar mijn ouder­lijk huis op het glooi­en­de, groe­ne plat­te­land van Wor­ces­ter­shi­re om de boer­derij leeg te rui­men en schoon te maken zodat ik hem kan ver­ko­pen, maar er is een goe­de reden waar­om ik er al acht­tien jaar niet meer ben geweest. 

‘Het is niet ver meer,’ zegt Ben ter­wijl we een bord met Dover / Kanaal­tun­nel / Can­ter­bu­ry / Chat­ham pas­se­ren. ‘Al enig idee waar we naar­toe gaan?’ 

Mijn maag ver­krampt, maar ik ant­woord op luch­ti­ge toon. ‘Can­ter­bu­ry heeft een mooie kathe­draal. Je wilt toch niet gaan trou­wen, hè? Ik heb geen jurk meegenomen.’ 

Als Ben me goed had gekend, zou hij mer­ken dat mijn stem een hal­ve octaaf te hoog klinkt en dat mijn mond in een kramp­ach­ti­ge glim­lach is ver­trok­ken. Hij zou vra­gen of er iets was, in plaats van te lachen en een grap­je te maken over een schaak­hu­welijk in Gret­na Green. Maar Ben en ik zijn pas een maand bij elkaar. Hij kent me nauwelijks. 

Ik pro­beer mijn zenu­wen te bedwin­gen, eerst door mee te zin­gen met Bens cd van de Arc­tic Mon­keys, daar­na door over koe­tjes en kalf­jes te pra­ten. Ter­wijl de kilo­me­ters voor­bij­zoe­ven, klet­sen we over de dvd-box die we in één week heb­ben geke­ken, over het nieuw­ste schan­daal in de rod­del­bla­den en over de maans­ver­duis­te­ring en waar we die heb­ben gezien. Rati­o­neel gezien weet ik dat ik niks te vre­zen heb. Ik ben twee­ën­der­tig, niet veer­tien. En Ben heeft me niet gevraagd mijn pas­poort mee te nemen. Maar ik heb nog steeds een knoop in mijn maag. 

‘Zijn we er al bijna?’ vraag ik, ter­wijl Ben een fles­je water aan zijn mond zet. 

Hij schiet in de lach en besproeit het stuur met water­drup­pel­tjes. ‘Je bent toch geen kleu­ter meer?’ 

‘Nee, ik ben gewoon ongeduldig.’ 

‘Had ik je nou maar geblind­doekt. Of nee,’ hij stoot me even aan, ‘gekne­veld.’

Ik ver­stijf maar lach geforceerd.

Shopping Basket