de reis van de mensheid

De reis van de mensheid

(The Jour­ney of Humanity)

Oded Galor

In een fas­ci­ne­ren­de reis van het begin van de mens­heid naar het heden en weer terug, biedt de wereld­be­roem­de Isra­ë­li­sche eco­noom Oded Galor een boei­en­de oplos­sing voor twee fun­da­men­te­le en onder­ling ver­bon­den mys­te­ries: men­se­lij­ke wel­vaart en onge­lijk­heid. Hoe komt het dat onze levens­stan­daard die van alle ande­re soor­ten ver over­treft? Waar­om is de voor­uit­gang zo onge­lijk ver­deeld over de wereld? En hoe zijn de gro­te ver­schil­len tus­sen lan­den ontstaan?Galor laat zien hoe tech­no­lo­gie, bevol­kings­om­vang en aan­pas­sings­ver­mo­gen slechts twee­hon­derd jaar gele­den leid­den tot een ver­bluf­fen­de ver­an­de­ring in de geschie­de­nis van de mens en legt de uit­ein­de­lij­ke oor­za­ken van onge­lijk­heid bloot: onze voor­ou­ders die geo­gra­fisch gezien gun­stig leef­den en een rij­ke diver­si­teit ken­den, von­den het pad naar wel­vaart, ter­wijl dege­nen die deze voor­de­len mis­ten van­af het begin bena­deeld wer­den. Met een eco­lo­gi­sche cri­sis op de stoep blijkt dit hoop­vol­le boek van unie­ke bete­ke­nis en onge­ë­ve­naar­de rele­van­tie: De reis van de mens­heid toont wat onze soort nodig heeft om te over­le­ven – én te gedijen.

Mys­te­ries van de men­se­lij­ke reis

Een eek­hoorn trip­pelt over de ven­ster­bank van een Vene­ti­aans­go­tisch gebouw van Brown Uni­ver­si­ty. Hij stopt even en kijkt ver­won­derd naar een eigen­aar­dig men­se­lijk wezen dat zijn ener­gie niet steekt in het zoe­ken naar voed­sel, zoals hij zou moe­ten doen, maar bezig is met het schrij­ven van een boek. Deze eek­hoorn is een afstam­me­ling van de eek­hoorns die dui­zen­den jaren gele­den door de onge­rep­te bos­sen van Noord-Ame­ri­ka schar­rel­den. Net als zijn ver­re voor­ou­ders en tijd­ge­no­ten over de hele wereld besteedt hij zijn tijd voor­al aan voed­sel ver­za­me­len, roof­die­ren ont­wij­ken, een part­ner vin­den en schui­len voor slecht weer. 

Het groot­ste deel van het bestaan van de mens­heid, van­af de opkomst van homo sapiens als apar­te soort bij­na 300.000 jaar gele­den, leek het leven van de mens ver­ras­send veel op het leven van deze eek­hoorn, gedre­ven door de drang om te over­le­ven en zich voort te plan­ten. De levens­stan­daard grens­de aan het mini­ma­le bestaans­ni­veau en ver­an­der­de mil­len­nia lang nau­we­lijks. Maar ver­ba­zing­wek­kend genoeg is onze manier van leven in de afge­lo­pen paar eeu­wen dras­tisch ver­an­derd. In his­to­risch opzicht heeft de mens­heid bij­na van de ene op de ande­re dag een ingrij­pen­de en onge­ken­de ver­be­te­ring in de kwa­li­teit van leven doorgemaakt. 

Stel je eens voor dat een paar inwo­ners van Jeru­za­lem uit de tijd van Jezus twee­dui­zend jaar gele­den in een tijd­ma­chi­ne zou­den stap­pen en naar het Otto­maan­se Jeru­za­lem van 1800 zou­den rei­zen. Ze zou­den onge­twij­feld onder de indruk zijn van de impo­san­te nieu­we stads­muur, de aan­zien­lij­ke bevol­kings­groei en de tal­lo­ze nieu­we uit­vin­din­gen. Maar hoe­wel het negen­tien­de-eeuw­se Jeru­za­lem heel anders was dan zijn Romein­se voor­gan­ger, zou­den onze tijd­rei­zi­gers zich rela­tief mak­ke­lijk aan hun nieu­we omge­ving kun­nen aan­pas­sen. Natuur­lijk zou­den ze hun gedrag moe­ten afstem­men op de gel­den­de cul­tu­re­le nor­men, maar ze zou­den hun beroep uit het begin van de eer­ste eeuw nog steeds kun­nen uit­oe­fe­nen en gemak­ke­lijk in hun levens­on­der­houd kun­nen voor­zien. De ken­nis en vaar­dig­he­den die ze in het oude Jeru­za­lem had­den opge­daan, zou­den aan het begin van de negen­tien­de eeuw nog steeds rele­vant zijn. Ook zou­den ze kwets­baar zijn voor dezelf­de geva­ren, ziek­ten en natuur­ram­pen als in de Romein­se tijd, en hun levens­ver­wach­ting zou nau­we­lijks zijn veranderd.

Maar stel je eens voor wat er zou gebeu­ren als onze tijd­rei­zi­gers opnieuw door onze tijd­ma­chi­ne wer­den mee­ge­no­men, dit keer slechts twee­hon­derd jaar ver­der, naar het Jeru­za­lem uit het begin van de een­en­twin­tig­ste eeuw. Ze zou­den per­plex staan. Hun vaar­dig­he­den zou­den ach­ter­haald zijn, de mees­te beroe­pen zou­den een for­me­le oplei­ding ver­ei­sen en tech­no­lo­gie­ën die voor hen op hek­se­rij leken, zou­den onder­deel zijn van het dage­lijks leven. En omdat veel fata­le ziek­ten uit het ver­le­den zou­den zijn uit­ge­roeid, zou hun levens­ver­wach­ting direct ver­dub­be­len, wat een com­pleet ande­re men­ta­li­teit en een lan­ge­ter­mijn­be­na­de­ring van het leven vereist. 

De kloof tus­sen deze tijd­per­ken is zo groot dat we ons nau­we­lijks een voor­stel­ling kun­nen maken van de wereld die we nog maar kort­ge­le­den ach­ter ons heb­ben gela­ten. De zeven­tien­de-eeuw­se Engel­se filo­soof Tho­mas Hob­bes noem­de het leven van de mens ‘onaan­ge­naam, wreed en kort’. In zijn tijd stierf een kwart van de pas­ge­bo­re­nen al voor hun eer­ste ver­jaar­dag aan kou, hon­ger en aller­lei ziek­ten, over­le­den vrou­wen vaak tij­dens de beval­ling en lag de levens­ver­wach­ting zel­den boven de veer­tig jaar. Het was een wereld die in duis­ter­nis werd gehuld zodra de zon ach­ter de hori­zon ver­dween, een plek waar man­nen, vrou­wen en kin­de­ren zich zel­den was­ten, uren bezig waren met water naar huis dra­gen en de win­ter­maan­den door­brach­ten in hui­zen die blauw ston­den van de rook van het vuur. Een peri­o­de waar­in de mees­te men­sen in afge­le­gen dor­pen op het plat­te­land woon­den, zich zel­den bui­ten hun geboor­te­streek waag­den, zich in leven hiel­den met kari­ge, een­zij­di­ge voe­ding en niet kon­den lezen of schrij­ven. Een ellen­di­ge tijd, waar­in een eco­no­mi­sche cri­sis niet alleen leid­de tot het aan­ha­len van de broek­riem, maar ook tot mas­sa­le hon­gers­nood en sterf­te. Veel dage­lijk­se beslom­me­rin­gen van de hui­di­ge tijd ver­ble­ken naast de ont­be­rin­gen en tra­ge­dies van onze niet-zo-ver­re voorouders. 

Lang is gedacht dat onze levens­stan­daard tij­dens de hele men­se­lij­ke geschie­de­nis gestaag is ver­be­terd. Dat is een mis­vat­ting. Hoe­wel de tech­no­lo­gi­sche voor­uit­gang inder­daad een gestaag pro­ces is geweest dat in de loop van de tijd ver­snel­de, leid­de dat niet tot een over­een­kom­sti­ge ver­be­te­ring van de leef­om­stan­dig­he­den. De ver­ba­zing­wek­ken­de stij­ging van de kwa­li­teit van leven in de afge­lo­pen eeu­wen was juist het resul­taat van een abrup­te verandering. 

Een paar eeu­wen gele­den leid­den de mees­te men­sen een leven dat meer leek op dat van hun ver­re voor­ou­ders, mil­len­nia gele­den en van de mees­te tijd­ge­no­ten in de rest van de wereld – dan op dat van hun hui­di­ge nako­me­lin­gen. De leef­om­stan­dig­he­den van een Engel­se boer aan het begin van de zes­tien­de eeuw waren ver­ge­lijk­baar met die van een elf­de-eeuw­se Chi­ne­se lijf­ei­ge­ne, een Maya­land­bou­wer van vijf­tien­hon­derd jaar gele­den, een Griek­se vee­hoe­der uit de vier­de eeuw v.C., een Egyp­ti­sche boer van vijf­dui­zend jaar gele­den of een schaaps­her­der in Jeri­cho elf­dui­zend jaar gele­den. Maar in de peri­o­de van­af het begin van de negen­tien­de eeuw, een frac­tie van een secon­de, afge­zet tegen de tijd dat er men­sen op aar­de zijn, is de levens­ver­wach­ting meer dan ver­dub­beld en is het inko­men per hoofd van de bevol­king in de meest ont­wik­kel­de regio’s twin­tig keer zo hoog gewor­den, en wereld­wijd veer­tien keer zo hoog. 

Deze nog steeds door­gaan­de ver­be­te­ring was zo extreem dat we vaak ver­ge­ten hoe uit­zon­der­lijk deze peri­o­de is ver­ge­le­ken met de rest van onze geschie­de­nis. Wat is de ver­kla­ring voor dit ‘Mys­te­rie van de Wel­vaart’, deze recen­te, haast onvoor­stel­ba­re trans­for­ma­tie van de kwa­li­teit van leven op het gebied van gezond­heid, wel­vaart en onder­wijs, die gro­ter is dan alle ande­re ver­an­de­rin­gen op dit vlak sinds het ont­staan van homo sapiens?

Co-ver­ta­ler: Pon Rui­ter
Recen­sies: Het Financieele DagbladNRCTrouwTrouw
Ove­ri­ge media: De Morgen

Co-ver­ta­ler: Pon Rui­ter
Recen­sies:
Het Financieele Dagblad
NRC
Trouw
Trouw
Ove­ri­ge media:
De Morgen

Shopping Basket