Door de storm

Uit­ge­ver: Gottmer
Engel­se titel: 
Storms

Door de storm

Chris Vick

De levens van Jake en Han­nah lij­ken in niets op elkaar. De ambi­ti­eu­ze Han­nah is doch­ter van een steen­rij­ke vast­goed­mag­naat, Jake leeft voor­al om te sur­fen. Maar als de twee elkaar ont­moe­ten op een strand­feest, zijn ze op slag ver­liefd. Wan­neer Han­nah de kans krijgt sta­ge te lopen bij een wal­vis­on­der­zoe­ker op Hawaï, wil Jake haar ach­ter­na rei­zen. Maar het beet­je geld dat hij ver­dient is bij hem thuis hard nodig. Dan breekt er een zwa­re storm los die alles op zijn kop zet.

Uit­ge­ver: Gottmer
Engel­se titel: 
Storms

Recen­sie: Chicklit

fragment

Jake

Het plan was om naar het strand te gaan en te sur­fen bij zons­on­der­gang, om daar­na met wat ande­re idi­o­ten en hun vrien­din­nen rond een kamp­vuur te klet­sen en bier­tjes ach­ter­over te slaan. Als hij er genoeg van had, zou hij dron­ken op zijn slaap­zak neer­plof­fen. Na een paar uur tuk­ken zou hij wor­den gewekt door het och­tend­zon­ne­tje, en het geraas van de golven. 

Sur­fen. Fees­ten. Sur­fen in de vroe­ge och­tend. Naar huis voor zijn moe­ders gebak­ken eie­ren. Dat was het plan. Niet ver­liefd wor­den op een meisje. 

 

Hij was er pas laat. Er kwa­men al men­sen aan voor het feest, met dekens en krat­ten bier die ze over het zand naar de beschut­te plek onder de rot­sen sjouw­den. Er waren sur­fers op het water die wat aar­di­ge gol­ven pakten. 

‘Eikels!’ Jake dump­te zijn spul­len op de rot­sen, kleed­de zich snel om en storm­de het water in. 

Het waren goe­de gol­ven. Zomers klein, niet hoger dan zijn borst, maar ze waren glad en krul­den mooi om, vorm­den een steeds stei­le­re muur die hij soe­pel kon afrij­den, waar­na ze op het strand rolden. 

Hij surf­te tot hij geen ener­gie meer had en het bij­na don­ker was. Ver­der terug op het strand, ver­scho­len in een inham in de rot­sen, brand­de een groot vuur, met een wat klei­ner kamp­vuur ernaast om op te koken. Groep­jes men­sen ston­den erom­heen. Peu­ken en join­tjes licht­ten op in de sche­me­ring als dan­sen­de vuur­vlieg­jes. De lucht was gevuld met muziek en gelach, en het gesis en de geu­ren van vis en ham­bur­gers die wer­den gebak­ken. Het beloof­de een mooie avond te worden. 

Ter­wijl hij over het zand liep, zag hij een meis­je. Ze zat bij het klei­ne­re vuur en haal­de makreel uit een koel­box. Haar blon­de haar hing voor haar gezicht. 

‘Alles goed?’ zei hij toen hij langs haar liep. 

‘Hoi,’ zei ze, en ze keek op. ‘Lek­ker gesurft?’ 

‘Eh, ja hoor.’ In het licht van het vuur zag hij haar ogen. Ova­le, zee­blau­we poe­len. Hij wan­kel­de, als­of hij een stomp had gekre­gen. De ogen van het meis­je had­den hem bij­na knock-out gesla­gen. Haar ogen, en haar zon­ni­ge glimlach. 

Hij klom de rot­sen op in het sche­mer­don­ker om zijn spul­len te zoe­ken, en hij dacht bij zich­zelf: wat was dát nou weer? Dat had hij nog nooit bij een meis­je gehad. Niet na één blik, één glimlach. 

Jake gluur­de naar haar van­uit de scha­duw. Hij voel­de zich net een stal­ker, maar hij kon er niets aan doen. Ze had sproet­jes, een gebruin­de huid, steil glan­zend haar. Ze droeg sim­pe­le kle­ding: een spij­ker­broek, hoody, T‑shirt, slip­pers. Ze had een strak, slank lijf. Ze was super­knap. Som­mi­ge meis­jes show­den hun looks als­of het een nieu­we jurk was, als­of ze pre­cies wis­ten hoe mooi ze waren en erover wil­den opschep­pen. Dit meis­je niet. En ze leek aar­dig. Een lief meis­je. Kon hij dat zien aan haar uiter­lijk? Ja, mis­schien wel. 

Hij dwong zich­zelf te stop­pen met sta­ren, hing zijn wet­suit over een rots en droog­de zijn haar af.

Shopping Basket