het poppenhuis

Uit­ge­ver: Kluitman
Engel­se titel: The Col­lec­tor
Recen­sies:

Het poppenhuis

K.R. Alexander

Josie ver­huist samen met haar moe­der en zus­je Anna naar haar oma, die aan de rand van een bos woont. Oma Jean­nie houdt er wel een paar rare regels op na. Laat nooit de ramen open­staan als het don­ker is. Neem geen pop­pen mee het huis in. En ga nooit, maar dan ook echt nooit, naar het huis in het bos. Al snel raakt Josie bevriend met het popu­lair­ste meis­je uit de klas, Vanes­sa. Maar wat als zij pre­cies in dat ene huis in het bos blijkt te wonen? Wat volgt is een bloed­stol­lend ver­haal over zwar­te magie, vriend­schap en heel wat spook­ach­ti­ge poppen.

Uit­ge­ver: Kluitman
Engel­se titel: The Col­lec­tor
Recen­sies: Bookaddict.nlPerfecte BurenPluizuitStoerLeesVoerThrillers & more

Uit­ge­ver: Kluitman
Engel­se titel: The Col­lec­tor
Recen­sies:

fragment

0

De zomer­va­kan­tie ein­dig­de abso­luut niet zoals ik wil­de: met mijn moe­der en zus­je in de auto, mid­den tus­sen de graan­vel­den, op weg naar het huis van mijn oma. Niet voor een gezel­lig week­end­be­zoek­je, maar voor altijd. 

Ik had wel gedacht dat ik me zou vervelen. 

Ik had wel gedacht dat ik me een­zaam zou voelen. 

Maar ik had nooit gedacht dat ik zou moe­ten vech­ten tegen een boze macht die me dood wil­de hebben. 

   

1

‘Krijg ik een eigen kamer?’ vroeg Anna, ter­wijl we over de oprij­laan naar het huis van oma Jean­nie reden. ‘Josie snurkt.’ 

Ik keek haar boos aan van­af de pas­sa­giers­stoel. Soms kon mijn klei­ne zus­je echt irri­tant zijn. 

‘Ja, Anna,’ zei mam. ‘Jul­lie krij­gen alle­bei een eigen kamer, dus dat is een upgrade.’ 

‘Voor upgra­des heb je inter­net nodig,’ mom­pel­de ik, met mijn armen over elkaar. Oma Jean­nie had niet eens een inter­ne­t­aan­slui­ting. En mijn tele­foon had hier bij­na geen bereik. 

‘Josie…’ begon mam, maar ze maak­te haar waar­schu­wing niet af. Ze had al vaak genoeg gezegd dat ik niet zo moest mop­pe­ren, omdat dit voor ons alle­maal moei­lijk was. 

Ja hoor. Tuur­lijk. Zij hoef­de niet naar de brug­klas op een nieu­we school in een afge­le­gen dorp. 

Oma’s huis kwam in zicht. Het was gigan­tisch, veel gro­ter dan ons oude appar­te­ment in Chi­ca­go. Het had wel drie ver­die­pin­gen, met gro­te ramen aan alle kan­ten en een veran­da rond het hele huis. Erom­heen strek­te zich een gro­te tuin uit en ach­ter de schom­mel en de klei­ne appel­boom­gaard lag een dicht­be­groeid bos, dat gevuld leek te zijn met doorn­strui­ken en gehei­men. Zelfs nu, op deze war­me avond, zagen de bomen er duis­ter en kil uit. 

De voor­deur ging open en oma Jean­nie kwam naar bui­ten. Ze wan­kel­de op haar benen en moest zich aan de hor­deur vast­hou­den, maar ze glim­lach­te. Ik wil­de hier abso­luut niet zijn, maar toen ik haar zag, moest ik ook glim­la­chen. Het gebeur­de niet vaak dat ze ons toe­lach­te als­of ze ons echt zag. 

‘O, mijn lie­ve mei­den!’ riep ze toen we uit de auto stap­ten. Ze deed een wan­ke­le pas naar ons toe. ‘Wat ben ik blij dat jul­lie er zijn!’ 

Mam haast­te zich het trap­je op om oma te omhel­zen, ter­wijl Anna en ik onze tas­sen van de ach­ter­bank pak­ten. Het waren er niet veel. Mam had al een paar dozen voor­uit­ge­stuurd en de rest van ons leven lag in een opslagbox. 

‘Hal­lo, oma Jean­nie!’ zei Anna en ze ren­de naar haar toe om haar een knuf­fel te geven. Ik volg­de haar. 

‘O, mijn lie­ve mei­den,’ zei oma weer. Mijn ogen gin­gen naar mam, die kramp­ach­tig leek te glim­la­chen ter­wijl ze oma bekeek. Maar toen keek oma haar aan. ‘Hoe was de rit, lieverd?’ 

‘Pri­ma, ma. Maar vol­gens mij zijn we alle­maal een beet­je moe.’ 

‘Nou, er staat een kan limo­na­de in de keu­ken. Zul­len we dat hier bui­ten opdrin­ken voor­dat we gaan eten?’ 

Mam knik­te en ging naar bin­nen om de limo­na­de te halen, ter­wijl oma met Anna en mij naar de tuin­ta­fel liep. 

‘Ze is een oude vrouw,’ had mam op weg hier­naar­toe wel dui­zend keer gezegd. ‘Haar geheu­gen gaat ach­ter­uit en ze is niet altijd even hel­der. Heb een beet­je geduld met haar en doe als­of je begrijpt wat ze bedoelt, ook als dat niet zo is. Dan raakt ze niet al te erg in de war.’ 

‘Zeg, mei­den,’ fluis­ter­de oma Jean­nie luid toen we een­maal zaten. ‘Er zijn drie regels waar­aan jul­lie je hier moe­ten hou­den. Eén: laat nooit je raam open­staan als het don­ker is, ook niet bij warm weer. Twee: geen pop­pen in huis. En drie: ga nooit, maar dan ook echt nooit naar het huis in het bos. Daar woont Beryl.’ 

Ter­wijl oma dit zei, tuur­de ze naar het bos. Ik volg­de haar blik en kreeg de krie­bels. Er kon zich daar van alles ver­stop­pen. Oma had ons altijd goed in de gaten gehou­den als we op bezoek kwa­men, maar ze had nog nooit iets over een huis gezegd. Of over Beryl. 

Wie of wat was Beryl? 

Dat wil­de ik vra­gen, maar ik wil­de oma niet van streek maken. Ik zag aan haar blik dat ze al van slag was door het noe­men van die naam. 

‘Geen zor­gen, oma,’ stel­de ik haar gerust en ik klop­te even op haar arm. ‘We hou­den ons aan de regels.’ 

Toen kwam mam naar bui­ten met de limo­na­de. Daar had ik eigen­lijk geen trek in – ik wil­de lie­ver fris­drank, maar die had oma Jean­nie niet, dus ik moest er maar aan wennen. 

Oma en mam klet­sten wat over de rit, maar ik luis­ter­de al niet meer. Ik pro­beer­de me voor te berei­den op mor­gen, mijn eer­ste dag op een nieu­we school in een nieu­we plaats. Ik kreeg al buik­pijn als ik eraan dacht. Hoe moest ik de weg vin­den? Hoe moest ik nieu­we vrien­den maken? Stel dat de kin­de­ren me uit­lach­ten omdat ik hier niet van­daan kwam? Ik maak­te me allang niet meer druk om wat oma had gezegd. Haar regels waren vreemd, maar zo was alles hier. Ik moest er maar gewoon in meegaan. 

Ik luis­ter­de pas weer toen oma over opa Tom begon te praten. 

‘Hij komt er zo aan, hoor,’ zei oma. ‘Wat zal hij blij zijn om jul­lie te zien.’ 

Mam werd stil. Anna keek me geschrok­ken aan, met een blik van: zei ze dat nou echt?

Opa Tom was al vijf jaar dood. Ik kon me hem nau­we­lijks herinneren. 

‘Ik zal je naar bin­nen bren­gen, ma,’ zei onze moe­der. ‘Mis­schien moet je even gaan liggen.’ 

‘Wat zal Tom blij zijn,’ zei oma weer. Ze liet zich door mam over­eind hel­pen en naar het huis leiden. 

‘Mei­den, wil­len jul­lie de rest van de spul­len pak­ken?’ vroeg mam. Ik wist dat ze ons gewoon wil­de aflei­den. Ze vond het vre­se­lijk om oma zo te zien. 

Het leek steeds vaker te gebeu­ren. Dat was een van de rede­nen waar­om we nu hier waren, om voor oma te zor­gen. Mam was bang dat ze van de trap zou val­len of zich op een ande­re manier zou beze­ren. Dus toen mam haar baan kwijt­raak­te, was het logisch dat we hier­heen zou­den ver­hui­zen. Of, nou ja, logisch voor vol­was­se­nen mis­schien. Ik snap­te er nog steeds niets van. 

Wij wis­ten alleen dat oma soms niet meer hele­maal hel­der was. Op som­mi­ge dagen ging het beter dan op andere. 

En we wis­ten ook dat we niet het bos in moch­ten gaan. 

Anna en ik lie­pen naar de auto, ter­wijl mam oma Jean­nie naar bin­nen bracht. Zodra we op vei­li­ge afstand waren, vroeg Anna: ‘Is alles wel goed met oma?’ 

Ik haal­de mijn schou­ders op. 

‘Best raar wat ze over opa zei, toch?’ 

Ik haal­de mijn schou­ders weer op, in de hoop dat ze snap­te dat ik er niet over wil­de praten. 

Maar ze ging ver­der. ‘Wie denk je dat Beryl is?’ 

‘Je stelt te veel vra­gen,’ ant­woord­de ik. Ik til­de onze kof­fers uit de auto, ter­wijl Anna nog een tas van de ach­ter­bank pakte. 

Er waai­de een bries­je van­uit het bos en ik hoor­de een geluid dat me opnieuw de krie­bels gaf. Ik bleef even staan en tuur­de naar de bomen. Er bewoog niets. 

‘Waar kijk je naar?’ vroeg Anna. 

Ik schrok me wild. ‘Hoor­de je dat?’ vroeg ik toen. 

‘Wat?’

Ik keek van het bos terug naar Anna. ‘Niets,’ zei ik. ‘Kom, laten we deze naar bin­nen bren­gen.’ Ik wil­de hier niet lan­ger blij­ven staan. 

Dat geluid…

Ik zou zwe­ren dat ik een oude vrouw hoor­de lachen.

© 2021 Kluitman

Shopping Basket