Het verloren veulen

Uitgever: Gottmer
Engelse titel: Wings of Olympus 2 – The Colt of the Clouds

De paarden van Olympus II - Het verloren veulen

Kallie George

Pippa en haar gevleugelde paard Zephyr zijn net gewend aan hun rustige leven aan de voet van de godenberg Olympus, als Pippa plots een gevleugeld veulen vindt. Ze besluit hem terug te brengen naar het rijk van de goden. Maar eenmaal op de Olympus komt Pippa erachter dat de goden met elkaar in oorlog zijn, en nog erger: alle gevleugelde paarden zijn verdwenen! Samen met Hero, een niet zo heldhaftige afstammeling van Hercules, probeert Pippa de vrede in het Griekse godenrijk te herstellen.

Uitgever: Gottmer
Engelse titel: Wings of Olympus 2 –
The Colt of the Clouds

fragment

1

Wolken pluimden als paardenstaarten door de lucht boven de glooiende velden van Thessalië. In de verte, bij de berg Olympus, zag Pippa donkere wolken samenpakken, maar ze ging te veel op in haar taak om zich daar druk om te maken.

Ze pakte nog een steen om het gat in de muur rond het weiland dicht te maken en veegde haar handen af aan haar chiton. Ze wist wel dat ze die niet vies mocht maken, maar soms vergat ze dat. Ze zou veel liever een korte tuniek dragen dan deze chiton of die chique geborduurde peplos waar Helena haar het liefst in zag.

‘Je hoeft me niet te helpen,’ zei Baz terwijl hij het zweet van zijn voorhoofd veegde. De zon scheen nog, ook al leek er een storm op komst.

‘Ik doe het graag,’ zei Pippa. Anders moest ze naar haar les. Helena, de moeder van Baz, wilde verdergaan met hun weefles voordat ze zich met de voorbereidingen voor het avondeten moest bezighouden. Pippa tilde nog liever duizend stenen dan dat ze met haar vingers in de wol verstrikt raakte. Ze zou willen dat ze er net zo goed in was als de zussen van Baz, of dat ze het in elk geval leuk vond. Maar dat vond ze niet. En dat maakte alles alleen maar erger.

‘Tja, we zijn toch al bijna klaar,’ zei Baz. ‘Totdat het weer opnieuw moet,’ voegde hij er bedrukt aan toe.

De wilde paarden waren nu al meerdere keren door de muur gebroken. Ze probeerden bij de oude stal te komen, die alleen nog werd gebruikt om extra hooi in op te slaan. Pippa vond het niet zo erg. Ze was dol op de wilde paarden die vrij over de zonovergoten heuvels van Thessalië draafden. Hun lijven waren klein en potig, en hun manen en staarten zaten vol takjes en bladeren.

Pippa had ze maar een paar keer gezien, toen ze uit rijden was met haar paard Zephyr, maar het was altijd een plezier om ze tegen te komen. Ze hadden geen vleugels – zoals Zef ooit wel had gehad – maar ze waren even speciaal als hij, en ze leken net zo trots.

‘Het zijn verwílderde paarden, geen wilde,’ verbeterde de vader van Baz haar graag. ‘Ze zijn jaren geleden weggelopen van een boerderij zoals deze.’

Maar voor Pippa waren ze wel wild – wild en vrij.

‘Klaar,’ zei Baz terwijl hij het laatste stuk puin op zijn plek legde.

De muur zag er hoger uit dan eerst en leek zich eindeloos langs het glooiende weiland uit te strekken. In de verte zag Pippa Zef grazen. Zijn zilverwitte staart zwaaide ritmisch heen en weer. De andere paarden stonden verder weg. Ze hielden liever wat afstand van Zef, ook al had hij nog nooit voor problemen gezorgd, zelfs niet bij de merries. Verderop stond de oikos, het huis. De zongebakken stenen lichtten goud op in het late middaglicht.

Pippa keek even naar Baz en begreep zijn trotse glimlach wel.

Toen ze met hem terugkeerde van de race op de berg Olympus en alles voor de eerste keer had gezien – de weilanden, de stallen, het grote huis met de ruime binnenplaats waar zelfs een olijfboom kon groeien – wist ze meteen hoe rijk de familie van Baz moest zijn. Alleen de rijken, de hippeis, hadden genoeg geld om paarden te houden. Ineens was ze bang geweest om zijn familie te ontmoeten. Zouden ze echt een vondeling zoals zij in huis willen nemen, een vondeling die ook nog eens een paard meebracht om voor te zorgen?

‘Ik heb al zoveel zussen. Wat maakt eentje meer dan nog uit?’ had Baz haar gerustgesteld. ‘Mijn familie zal dol op je zijn. Je kunt goed met paarden omgaan.’

Ze kon inderdaad goed met paarden omgaan. Maar mensen waren een stuk lastiger. Ze had maar twee echte vrienden: Baz, en Sophia, die de Race der Gevleugelde Paarden had gewonnen en nu bij de goden op de berg Olympus woonde.

Maar Pippa had zich geen zorgen hoeven maken. Baz had gelijk: zijn familie had haar met open armen ontvangen. Voor hen was ze geen vondeling, maar een ruiter die was uitgekozen door Aphrodite, de godin van de liefde. En Zef was een gevleugeld paard. Ook zonder zijn vleugels was hij een levende legende. Dus alles was in orde. In elk geval in het begin…

Baz haalde zijn hand door zijn donkere haar. ‘Ik zal mijn vader maar gaan vertellen dat we klaar zijn.’ Hij zweeg even. ‘Kom je mee?’

‘Zo meteen,’ zei Pippa, en ze wierp een liefdevolle blik op Zef.

Baz keek haar vermanend aan. ‘Je wilt gaan rijden, hè?’

Pippa schudde haar hoofd.

Maar natuurlijk was dat precies wat ze van plan was.