Hoe verkloot je je leven

Co-ver­ta­ler: Elles Tuk­ker
Uit­ge­ver: Atlas Con­tact
Engel­se titel: How to Mur­der Your Life

Hoe verkloot je je leven

Cat Marnell

Als vijf­tien­ja­ri­ge raak­te Cat Mar­nell ver­slaafd aan de adhd-medi­cij­nen die haar vader, een psy­chi­a­ter, haar voor­schreef. Een­maal naar een pres­ti­gi­eu­ze kost­school ver­ban­nen, ont­dek­te ze onder ande­re Xan­ax, coca­ï­ne en xtc. Haar twin­ti­ger jaren beleef­de ze in een onein­di­ge, sla­pe­lo­ze roes van fees­ten en pil­len ‘s nachts, en een veel­ei­sen­de baan in de wereld van de mode­bla­den over­dag. Tot­dat het echt niet meer ging. Maar dit is geen memoir van god­de­lij­ke inter­ven­tie, kli­nie­k­op­na­me of ver­los­sing. Eer­der van de zoek­tocht naar een wan­kel even­wicht waar­in de schoon­heid van de roes wel dege­lijk een rol kan blij­ven spelen.

Co-ver­ta­ler: Elles Tuk­ker
Uit­ge­ver: Atlas Con­tact
Engel­se titel: How to Mur­der Your Life

fragment

13

Nu die bizar­re… mist van nuch­ter­heid was opge­trok­ken, zag ik alles véél hel­der­der! Die avond na het werk stond ik met een siga­re­tje in mijn mond op Times Squa­re, gekleed in een kasj­mie­ren minij­urk­je van Vel­vet by Gra­ham & Spen­cer en motor­laar­zen van Chloe, ter­wijl mijn gedach­ten in krin­ge­tjes rond­gin­gen zoals de tic­ker­ta­pe met voor­bij scrol­len­de nieuws­kop­pen en beur­sup­da­tes op de gebou­wen om me heen. Het was echt suf van me geweest om dagen­lang non-stop speed te slik­ken. Geen won­der dat ik in een zelf­des­truc­tief gedrocht was ver­an­derd. Ik had het hele­maal ver­keerd aan­ge­pakt! Als ik weer Adder­all ging gebrui­ken – wat ik fei­te­lijk al deed – dan had ik dis­ci­pli­ne, struc­tuur en gren­zen nodig! Anders gezegd: een plan voor gecon­tro­leerd gebruik. 

Ik ging naar de Wal­greens en kocht een gloed­nieu­we pil­len­doos. Het plas­tic ras­ter was zo groot als een ser­veer­schaal, met een vak­je voor elke dag van de maand. Per­fect! Nu moest ik wat basis­re­gels opstel­len. Die zat ik de hele metro­rit naar huis op een noti­tie­blok van Luc­ky neer te pen­nen. GEEN ADDERALL NA ZONSONDERGANG. En ik mocht niet meer de hele nacht opblij­ven. GEEN DOWNERS!! Geen Xan­ax, geen Klon­o­p­in, geen Ambien, geen Lune­sta, geen pijn­stil­lers. Ik zou mijn ADHD-medi­ca­tie in de loop van de dag lang­zaam laten uit­wer­ken en dan op natuur­lij­ke wij­ze in slaap val­len. DOORDEWEEKS UITERLIJK OM ÉÉN UUR NAAR BED. LICHT UIT OM TWEE UUR! 

Thuis ging ik op bed zit­ten om mijn pil­len te tel­len en in de vak­jes te stop­pen. Ik had nog steeds dui­zend gedach­ten per minuut. Ik zou elke och­tend een Adder­all van 30 mil­li­gram met gere­gu­leer­de afgif­te nemen en dan ’s mid­dags rond een uur of drie een gewo­ne Adder­all van 20 mil­li­gram – en dat was het. Meer niet. Ik bleef ‘regels’ opschrij­ven zodra ze in me opkwa­men: GEEN HARDDRUGS. Wat was het toch leuk om mijn pil­len te tel­len en ze in hun vak­jes te stop­pen en de plas­tic klep­jes open en dicht te doen. Het leken wel klei­ne roze pil­pop­pe­tjes die in gara­ge­boxen woon­den. Lala­la. Nee, ik liet mijn leven niet meer door die fuc­king drugs bepa­len. Dit was een nieuw tijd­perk! Nu had ík de con­tro­le. Ík bepaal­de de regels, ík bepaal­de hoe ik me voel­de! Ík bepaal­de wat er gebeurde… 

‘Klop, klop!’

‘ARGH!’ schreeuw­de ik ter­wijl ik bij­na van het bed viel. ‘Kom binnen.’ 

‘Sor­ry, liet ik je schrik­ken?’ Bec­ky deed de deur open. Ik trok snel een deken over de pillendoos. 

‘Nee, hoor.’ Mijn hart bons­de in mijn keel. 

‘Heb je zin om sus­hi te halen?’ vroeg Bec­ky. ‘Wauw, coo­le collage!’ 

‘Dank je,’ zei ik. Mijn nek en schou­ders waren hele­maal stijf ! Ik had meer dan een uur in dezelf­de hou­ding geze­ten. ‘O, trou­wens, ik heb al gegeten.’ 

‘Oké!’ zei mijn huis­ge­noot­je. ‘Vol­gen­de keer beter.’ 

Zodra ze de deur dicht­deed, ging ik ver­der met plan­nen. DOORDEWEEKS MAAR TWEE DRANKJES PER AVOND. En ik moest samen met ande­ren drin­ken, met Bec­ky bij­voor­beeld, nooit alleen… 

Om één uur kroop ik in bed, pre­cies vol­gens plan. Ik had er alle ver­trou­wen in. Ik had het hele­maal uit­ge­dacht! Maar er was een pro­bleem met mijn nieu­we plan: nu ik weer uppers slik­te, maar geen dow­ners, kon ik niet meer sla­pen. Ik stond op en liep naar de nacht­win­kel aan de over­kant van de straat om Tylenol PM te kopen. Een uur later ging ik terug om NyQuil te halen. Kok­hal­zend sloeg ik het hal­ve fles­je achterover. 

Niets werk­te. Toen mijn wek­ker om half­ne­gen ging, lag ik nog steeds wak­ker. Ik sleep­te me de dag door. De vol­gen­de nacht kon ik weer niet slapen. 

‘Ik begrijp het gewoon niet,’ klaag­de ik op onze Beau­ty Spy-ver­ga­de­ring na een der­de vre­se­lij­ke nacht. 

Als je ooit last hebt gehad van sla­pe­loos­heid – en dat heb je vast – dan weet je dat er niets ergers bestaat. Je lijdt er echt onder en het vreet aan je. De men­sen om je heen lij­den er ook onder, want van slaap­ge­brek word je een ech­te bitch. Ik had ont­zet­tend veel mede­lij­den met mezelf. Maar ik was nog steeds vast­be­slo­ten om van de kal­me­rings­mid­de­len en slaap­pil­len af te blij­ven. Sinds ik uit de afkick­kli­niek terug was, had ik geen psy­cho­loog meer gezien. In plaats daar­van slik­te ik vre­se­lij­ke, vrij ver­krijg­ba­re pil­len die op je tong smol­ten. Ze smaak­ten naar ker­sen en ik kreeg er hoofd­pijn van. Ik lag maar naar het pla­fond te sta­ren tot ik gil­lend gek werd. 

‘Hoe gaat het?’ vroeg JGJ me elke ochtend. 

‘Niet best,’ jam­mer­de ik dan. 

Jean – die dacht dat ik clean was – had ook mede­lij­den met me. Ze raad­de me This Works Deep Sleep-bad­zout aan. Cris­ti­na stel­de mela­to­ni­ne­ta­blet­ten voor. Dawn gaf me geen tips. Ze had wel wat anders aan haar hoofd, want ze ging op 1 novem­ber trou­wen. Jean, Cris­ti­na en ik waren alle drie voor de brui­loft uitgenodigd. 

Toen Jean aan het eind van de dag naar huis ging, bel­de ik mijn moe­der om tegen háár te klagen. 

‘Ik heb een geluids­ma­chi­ne die onweers­ge­lui­den maakt,’ zei mijn moe­der. ‘Waar­om neem je anders niet een hal­ve Xan­ax? Dat werkt bij mij altijd!’ 

‘Ik ben net van de pil­len afge­kickt, mam!’ krijs­te ik. ‘Dat meen je toch niet? Jezus!’ Ik ver­brak de verbinding. 

Het was zes uur ’s avonds. Dawn trok net haar trench­coat aan. 

‘Ga je naar huis?’ 

‘Laat­ste door­pas,’ zei Dawn met een glimlach. 

‘Wat span­nend!’ Zodra ze weg was, haal­de ik stie­kem een Addy uit mijn broek­zak en beet hem doormidden. 

‘Help me als­tu­blieft te sla­pen,’ smeek­te ik God ’s avonds. ‘Laat me als­tu­blieft sla­pen. Help me als­tu­blieft. Als­tu­blíéft.’ Maar God luis­ter­de niet naar me. Dus bleef ik mijn pil­len­doos plun­de­ren als een klein kind dat de vak­jes van een advents­ka­len­der eer­der open­maakt om de cho­co­laatjes eruit te peu­te­ren. Ik moest wel. De amfe­ta­mi­ne ver­stoor­de mijn bio­lo­gi­sche klok maar hielp me ook door de ver­moeid­heid heen. Wat moest ik dan – gewoon een kop kof­fie drin­ken? Doe even normaal.

Shopping Basket