Huis vol leugens

Co-ver­ta­ler: Bert Meel­ker
Uit­ge­ver: Ambo|Anthos
Engel­se titel: The Lying Room

Recen­sies: Vrij Neder­land, Heb­ban, Chick­lit, Lees­kost
Arti­kel: De Mor­gen
Best­sel­ler 60:
19 weken (hoog­ste note­ring: 1)
Win­naar Thrill­Zo­ne Awards 2019: Publieks­prijs Bes­te Ver­taal­de Thriller

Huis vol leugens

Nicci French

De vijf­en­veer­tig­ja­ri­ge Neve leidt een ogen­schijn­lijk geluk­kig leven, met haar echt­ge­noot en drie kin­de­ren. Schijn bedriegt, want ze heeft een affai­re met een getrouw­de man. Ze spre­ken regel­ma­tig af in zijn pied-à-ter­re in Lon­den. Op een dag krijgt Neve een bericht­je dat ze naar het appar­te­ment moet komen en ze treft daar haar min­naar dood aan, zijn sche­del is inge­sla­gen. In paniek begaat ze daar­bij een gro­te fout: ze maakt de plaats delict schoon, zodat het lijkt als­of ze er nooit geweest is. Ze wil niet dat haar affai­re naar bui­ten komt. Maar daar­na heeft ze geen keus: ze moet blij­ven lie­gen. Tegen haar gezin, tegen haar collega’s en haar vrien­den. En dan blijkt dat ieder­een wel iets te ver­ber­gen heeft.

Co-ver­ta­ler: Bert Meel­ker
Uit­ge­ver: Ambo|Anthos
Engel­se titel: The Lying Room

Recen­sies: Vrij Neder­land, Heb­ban, Chick­lit, Lees­kost
Arti­kel: De Mor­gen
Best­sel­ler 60:
19 weken (hoog­ste note­ring: 1)
Win­naar Thrill­Zo­ne Awards 2019: Publieks­prijs Bes­te Ver­taal­de Thriller

fragment

1 — Het afspraakje

Toen Neve de jaloe­zie­ën open­trok kwam de keu­ken tot leven, leeg als een decor in afwach­ting van de ver­trouw­de show. Ze keek om zich heen: het was alle­maal een beet­je sleets, met kale plek­ken op de plin­ten en die scheur in de muur. Daar wil­den Flet­cher en zij al jaren iets aan doen. De tafel werd ont­sierd door wijn­vlek­ken en een paar brand­plek­ken van siga­ret­ten, en er zat spin­rag aan de pla­fond­lam­pen. Er was niet opge­ruimd na het eten gis­ter­avond. De vie­ze bor­den ston­den op het aan­recht en de melk was niet in de koel­kast terug­ge­zet. Gis­ter­avond… Ze liet de her­in­ne­ring door zich heen stro­men en ver­drong die toen weer. Niet nu. Niet hier. 

Ze keek op de klok. Het was tien over zeven. Ze vul­de een glas met water en dronk het lang­zaam leeg, knoop­te haar och­tend­jas ste­vi­ger dicht, haal­de diep adem en draai­de zich om naar de keu­ken. Pre­cies op dat moment ging de deur open. 

‘Mor­gen,’ zei ze opge­wekt tegen haar oud­ste zoon. 

Rory knip­per­de met zijn ogen en knik­te mom­pe­lend. Hij droeg een blau­we spij­ker­broek, een blauw T‑shirt en een blau­we trui. Hij had haar Ier­se ble­ke huid en zou min­stens net zo lang wor­den als zij: het afge­lo­pen jaar was hij tien cen­ti­me­ter gegroeid, als een elas­tiek dat zo ver was uit­ge­rekt dat het op knap­pen stond. Soms dacht Neve dat ze hem haast kon zien groei­en, met zijn uit­ge­rek­te lede­ma­ten, zijn gro­te, plat­te voe­ten en zijn mage­re, uit­ge­put­te gezicht. 

‘Wat zie jij er mooi afge­stemd uit,’ zei ze. Ze wil­de een arm om hem heen slaan maar hield zich in. Hij begon het ver­ve­lend te vin­den om aan­ge­raakt te wor­den; een omhel­zing was tegen­woor­dig stijf en onge­mak­kelijk. Hij werd bij na elf. Vol­gend jaar ging hij naar de mid­del­ba­re school en moest hij een uni­form aan. 

Hij ging aan tafel zit­ten en ze zet­te corn­fla­kes, melk en een kom voor hem neer. Hij ont­beet altijd met corn­fla­kes en kiep­te een knis­pe­ren­de berg in de kom waar hij een plens melk over­heen goot. Hij trok een boek naar zich toe en sloeg het open. Boven hoor­de ze lui­de stem­men, een wc die werd door­ge­trok­ken, een dicht­slaan­de deur. Met een schok her­in­ner­de ze zich de kle­ren die ze de vori­ge avond in de was­ma­chi­ne had gegooid. Ze haast­te zich om ze eruit te halen en in de was­mand te doen. 

Ze keek weer op de klok. Kwart over zeven. 

‘Mor­gen,’ zei ze nog­maals, nog steeds opge­wekt. Het was altijd een van haar taken geweest om de dag op te star­ten en ieder­een op gang te helpen. 

Deze keer kwam Flet­cher bin­nen, zijn haar nog voch­tig van het dou­chen en zij n baard fris getrimd. Hij keek haar nau­welijks aan maar staar­de afwe­zig de tuin in. Geluk­kig maar. 

‘Thee?’ vroeg hij. 

Ze hoef­de geen ant­woord te geven. Ze nam ’s och­tends altijd thee. Flet­cher nam altijd kof­fie. Het was zijn taak om die te zet­ten, de vaat­was­ser leeg te rui­men en het vuil­nis naar bui­ten te bren­gen. Het was haar taak om het ont­bijt voor de kin­de­ren te ver­zor­gen en hun lunch­pak­ket­jes klaar te maken. 

Ze schud­de haver­mout in een steel­pan, voeg­de melk en een snuf­je zout toe en zet­te het op het for­nuis om op te war­men. Dat deed ze alle­maal zon­der naden­ken. Con­nor at elke och­tend haver­mout­pap met sui­ker­stroop. Flet­cher at toast met marmelade. 

Flet­cher goot water op de thee­zak­jes, waar­na hij naar de trap liep en riep: ‘Con­nor! Ontbijt!’ 

Neve roer­de afwe­zig in de haver­mout­pap en merk­te dat hij dik­ker werd. Haar lijf voel­de week en slap. De tuin straal­de in de herfst­zon. Ze druk­te haar duim tegen haar onder­lip en deed even haar ogen dicht. Vaag hoor­de ze Flet­cher ach­ter haar iets zeg­gen en ze keek om. 

‘Wat zijn je plan­nen voor van­daag?’ Hij zet­te een mok thee voor haar neer. 

‘Ik wil­de weer eens naar de volks­tuin gaan. Om mijn extra vrije tijd zo goed mogelijk te besteden.’ 

Lek­ker bui­ten zijn in de koe­le och­tend­lucht, dacht ze ver­lan­gend, een schep in de aar­de ste­ken, onkruid wie­den, moe en vies wor­den, met bla­ren op haar han­den en aar­de onder haar nagels, zon­der ook maar ergens aan te den­ken. Een paar weken gele­den had ze de sprong gewaagd en was ze part­ti­me gaan wer­ken. Ze wist dat het in bij na elk opzicht een dwaas besluit was. Ze was altijd de hoofd­kost­win­ner geweest en ze had­den het geld nu har­der nodig dan ooit. Mabel ging bijna stu­de­ren. En onder­tus­sen leek alles het lang­zaam te bege­ven, van het dak tot de cv-ketel. De dak­go­ten moesten wor­den ver­van­gen en er zaten vocht­plek­ken in de bijkeu­ken. Soms tel­de ze alle bedra­gen op en pro­beer­de tot een ande­re uit­komst te komen, wat ze op zakelij­ke toon met Flet­cher besprak om hem geen min­der­waar­dig­heids­com­plex te bezor­gen. ‘Het is gewoon zo gelo­pen,’ zei ze dan.

Shopping Basket