Rode klok

Leni Zumas

Abor­tus is opnieuw ille­gaal ver­klaard in de Ver­e­nig­de Sta­ten. Even­als ivf, en adop­tie door alleen­staan­de ouders. Vier vrou­wen uit een klein vis­sers­dorp in de staat Ore­gon lave­ren tus­sen deze nieu­we beper­kin­gen op het vrou­wen­li­chaam en moe­der­schap. De alleen­staan­de lera­res Ro pro­beert wan­ho­pig zwan­ger te wor­den voor­dat ze te oud is. Susan, de gefrus­treer­de moe­der van twee kleu­ters, zit vast in een uit­zicht­loos huwe­lijk dat haar car­ri­è­re als advo­ca­te in de kiem heeft gesmoord. De vijf­tien­ja­ri­ge Mat­tie is onge­wenst zwan­ger. De natuur­ge­ne­ze­res Gin kan ze alle­maal hel­pen – tot­dat zij het slacht­of­fer dreigt te wor­den van een heden­daag­se heksenjacht.

fragment

De bio­gra­fe

In een kamer voor vrou­wen van wie hun lijf kapot is, wacht de bio­gra­fe van Eivør Míner­vu­dot­tír op haar beurt. Ze draagt een jog­ging­broek, heeft een blan­ke huid en sproe­ten op haar wan­gen, is niet jong, niet oud. Voor­dat ze naar bin­nen wordt geroe­pen om plaats te nemen in de beu­gels en haar vagi­na te laten pene­tre­ren door een staaf die zwar­te beel­den van haar eier­stok­ken en baar­moe­der op een scherm tovert, kijkt de bio­gra­fe naar alle trouw­rin­gen in de wacht­ka­mer. Flin­ke edel­ste­nen, bre­de glim­men­de ban­den. Ze zit­ten om de vin­gers van vrou­wen met leren sofa’s en rijke echt­ge­no­ten, maar ook met bloed, cel­len en eilei­ders die hun pri­mi­tie­ve taak niet weten te ver­vul­len. Dat ver­haal houdt de bio­gra­fe zich in elk geval graag voor. Het is een sim­pel, gemak­kelijk ver­haal, waar­door ze niet hoeft te beden­ken wat er zich in de hoof­den van die vrou­wen afspeelt, of in de hoof­den van de echt­ge­no­ten die hen soms vergezellen. 

Ver­pleeg­ster Zuur­pruim draagt een neon­ro­ze pruik en een out­fit van plas­tic ban­den die bijna haar hele boven­li­chaam onbe­dekt laat, inclu­sief een groot deel van haar borsten. 

‘Fijne Hal­lo­ween,’ zegt ze bij wijze van uitleg. 

‘Ins­gelijks,’ zegt de biografe. 

‘Laten we eens wat levens­sap opzuigen.’ 

‘Par­don?’

‘Ander woord voor bloed.’ 

‘Hm,’ rea­geert de bio­gra­fe beleefd. 

Zuur­pruim vindt niet met­een een ader, moet por­ren en dat doet pijn. ‘Waar bén je nou, meneer­tje?’ vraagt ze de ader. De elle­boog­hol­tes van de bio­gra­fe zijn bont en blauw door het maan­den­lan­ge prik­ken. Geluk­kig zijn lan­ge mou­wen gebrui­kelijk in dit deel van de wereld. 

‘Is opoe weer op bezoek geweest?’ vraagt Zuurpruim. 

‘Mee­do­gen­loos.’

‘Tja, Rober­ta, het lichaam is een mys­te­rie. Kijk eens aan… héb­bes.’ Bloed kolkt het buis­je in. Het zal ze ver­tel­len hoe­veel fol­li­kel­sti­mu­le­rend hor­moon, estra­di­ol en pro­ges­te­ron het lichaam van de bio­gra­fe aan­maakt. Er zijn goe­de en slech­te getal­len. Zuur­pruim zet het buis­je in een rek naast ande­re klei­ne kokers met bloed. 

Een half­uur later wordt er op de deur van de behan­del­ka­mer geklopt; als waar­schu­wing, niet als ver­zoek om toe­stem­ming. Er komt een man bin­nen, gehuld in een leren broek, met een pilo­ten­bril, een pruik met zwar­te krul­len en een plat­te hoed. 

‘Ik ben die kerel van die band,’ zegt dr. Kalbfleisch. 

‘Wauw,’ zegt de bio­gra­fe. Het stoort haar dat hij er zo sexy uitziet. 

‘Zul­len we eens kijken?’ Hij par­keert zijn in leer gehul­de bil­len op een kruk voor haar gesprei­de benen, zegt ‘Oeps!’ en zet de zon­ne­bril af. Kalbf­leisch heeft foot­ball gespeeld bij een uni­ver­si­teit aan de oost­kust en ziet er nog steeds stu­den­ti­koos uit. Hij is goud­ge­bruind, luis­tert slecht, glim­lacht als hij som­be­re sta­tis­tie­ken opsomt. De ver­pleeg­ster pakt het dos­sier van de bio­gra­fe en een pen om de metin­gen te note­ren. De dok­ter zal de dik­te van het slijm­vlies opnoe­men, de groot­te van de fol­li­kels, het aan­tal fol­li­kels. Tel deze getal­len op bij de leeftijd van de bio­gra­fe (42), haar fol­li­kel­sti­mu­le­rend hor­moon­ge­hal­te (14,3) en de bui­ten­tem­pe­ra­tuur (13), deel dit door het aan­tal mie­ren in de vier­kan­te meter grond direct onder hun voe­ten (87) en je krijgt de kans van sla­gen. De kans op een kind.

Shopping Basket