opmerking3

Ver­dron­ken

(The Undrow­ned)

K.R. Alexan­der

Samant­ha en Rachel waren ooit bes­te vrien­din­nen. Wáren, want inmid­dels is Samant­ha een erge pest­kop gewor­den, die Rachel gebruikt om haar huis­werk te maken en Rachel over­al de schuld van geeft. Dat ze nu slech­te cij­fers haalt, dat ze huis­ar­rest heeft, dat haar ouders zo vaak ruzie heb­ben… In een moment van pure woe­de duwt Samant­ha Rachel in het meer. Het meer staat erom bekend dat kin­de­ren die erin val­len nooit meer terug­ge­von­den wor­den. Rachel zakt naar de bodem en komt niet meer boven… Ze moet wel dood zijn, dat kan niet anders. Maar de vol­gen­de dag ver­schijnt Rachel gewoon op school als­of er niets is gebeurd… Rachel is terug, en ze is uit op wraak.

0

De doden komen niet terug. 

Ik weet nog dat mijn moe­der me dit gedul­dig uit­leg­de toen ik een jaar of vijf was en we mijn ham­ster in de ach­ter­tuin begroe­ven. Ik huil­de, want ik snap­te er niets van. Waar­om bleef Knab­bel­tje zo lang sla­pen? Waar­om werd hij niet wak­ker? Waar­om moest ik van mam een schat­tig bed­je van tis­sues, stuk­jes stof en bloe­men voor hem maken en hem in een schoe­nen­doos naast de nar­cis­sen begra­ven? Hoe kon hij dan kij­ken? Hoe kon hij dan ademhalen? 

‘Weet je, Samant­ha,’ zei mam, ‘soms zijn die­ren zo ziek of zo oud, dat ze in slaap val­len en nooit meer wak­ker worden.’ 

‘Nooit meer?’ vroeg ik snotterend. 

‘Nooit meer,’ zei ze, en ze pak­te mijn hand. Toen namen we samen afscheid van Knab­bel­tje en schep­ten aar­de boven op hem. Ik wist nog steeds niet waaróm we afscheid namen. Ik snap­te nog steeds niet hoe iets voor altijd kon sla­pen. Ik werd toch ook weer wak­ker, zelfs als ik heel erg moe was? 

‘Maar stel nou dat hij anders is?’ vroeg ik. ‘Stel nou dat hij echt alleen maar slaapt?’ 

‘Hij komt niet meer terug, lie­verd. Hij is dood. De doden komen niet terug.’ 

Ik slik­te, en alles viel veel te snel op zijn plaats in mijn veel te jon­ge brein. 

‘Gaan men­sen ook dood?’ vroeg ik. 

Ze aar­zel­de even. Ik weet nog hoe ze naar me keek, als­of ze pro­beer­de te beden­ken of ze me de waar­heid moest ver­tel­len of niet. Op dat moment voel­de ik dat ik op de rand van een gro­te, vre­se­lij­ke afgrond stond. Haar ant­woord zou me óf vei­lig terug­trek­ken, óf over de rand duwen. 

‘Ja,’ zei ze uit­ein­de­lijk. ‘Men­sen gaan ook dood. En net als Knab­bel­tje komen ze niet terug.’ 

Jaren­lang dacht ik dat mijn moe­der me toen de waar­heid had verteld. 

Maar nu weet ik dat het een leu­gen was. 

Want toen ik Rachel in het meer duw­de en ze niet meer boven­kwam, wist ik dat ze dood was. Ze kwam niet meer terug. 

Maar de vol­gen­de dag deed ze dat toch. 

1

Deze woens­dag gaat abso­luut niet zoals ik wil, en ik weet al pre­cies wie daar­voor gaat boeten. 

Als ik op school aan­kom, galmt de ruzie tus­sen mijn ouders nog steeds door mijn hoofd. Ze kib­bel­den de hele och­tend. Niet alleen over elkaar en dat ze het alle­bei zo druk heb­ben met hun werk, waar ze meest­al over ruzi­ën tij­dens het ont­bijt, maar ook omdat ik was gezakt voor een spellingtoets. 

Eén stom­me spellingtoets. 

Nu wil­len ze me zater­dag niet meer mee­ne­men op het afge­spro­ken uitje naar het Roc­ky River-avon­tu­ren­park, alleen maar omdat ik een paar woor­den zoals ‘bezit­te­lijk’ en ‘alle­go­rie’ ver­keerd heb gespeld. (Wie hoeft er nou te weten hoe je dat pre­cies spelt? Ik heb altijd mijn tele­foon bij me, dus die kan mijn spel­ling wel voor me ver­be­te­ren. En trou­wens, wan­neer zou ik die woor­den ooit gebruiken?) 

Dus nu mag ik niet naar het avon­tu­ren­park. Mijn zoge­naam­de vrien­din­nen gaan wel, omdat hún ouders niet zo stom zijn als die van mij. Ze zul­len maan­dag vast uit­ge­breid ver­slag doen van hoe gewel­dig het was. 

Ik heb alleen maar een week­end vol huis­werk in het voor­uit­zicht, ter­wijl mijn ouders nog meer ruzi­ën en mijn zus com­pu­ter­spel­le­tjes speelt met haar vrien­din­nen. Dat is echt niet eer­lijk, want het is niet mijn schuld dat ik niet voor de spel­ling­toets kon leren. Ik had het te druk met het werk­stuk dat Rachel eigen­lijk voor me zou maken. Ze heeft me laten zak­ken. Alweer. 

Het is haar schuld. 

Dit is alle­maal haar schuld. 

Maar dit was de laat­ste keer, daar zorg ik wel voor.

Ande­re door mij ver­taal­de delen: Het poppenhuisIk kom je halenKamer 333
Recen­sies: BiebmiepjeBookaddict.nlDe LeesdetectivesStoerLeesVoer

Ande­re door mij ver­taal­de delen:
Het poppenhuis
Ik kom je halen
∗ Kamer 333
Recen­sies:
Biebmiepje
∗ Bookaddict.nl
De Leesdetectives
∗ StoerLeesVoer

Shopping Basket