De vijfenveertigjarige Neve leidt een ogenschijnlijk gelukkig leven, met haar echtgenoot en drie kinderen. Schijn bedriegt, want ze heeft een affaire met een getrouwde man. Ze spreken regelmatig af in zijn pied-à-terre in Londen. Op een dag krijgt Neve een berichtje dat ze naar het appartement moet komen en ze treft daar haar minnaar dood aan, zijn schedel is ingeslagen. In paniek begaat ze daarbij een grote fout: ze maakt de plaats delict schoon, zodat het lijkt alsof ze er nooit geweest is. Ze wil niet dat haar affaire naar buiten komt. Maar daarna heeft ze geen keus: ze moet blijven liegen. Tegen haar gezin, tegen haar collega’s en haar vrienden. En dan blijkt dat iedereen wel iets te verbergen heeft.

1
Het afspraakje

Toen Neve de jaloezieën opentrok kwam de keuken tot leven, leeg als een decor in afwachting van de vertrouwde show. Ze keek om zich heen: het was allemaal een beetje sleets, met kale plekken op de plinten en die scheur in de muur. Daar wilden Fletcher en zij al jaren iets aan doen. De tafel werd ontsierd door wijnvlekken en een paar brandplekken van sigaretten, en er zat spinrag aan de plafondlampen. Er was niet opgeruimd na het eten gisteravond. De vieze borden stonden op het aanrecht en de melk was niet in de koelkast teruggezet. Gisteravond… Ze liet de herinnering door zich heen stromen en verdrong die toen weer. Niet nu. Niet hier.
Ze keek op de klok. Het was tien over zeven. Ze vulde een glas met water en dronk het langzaam leeg, knoopte haar ochtendjas steviger dicht, haalde diep adem en draaide zich om naar de keuken. Precies op dat moment ging de deur open.
‘Morgen,’ zei ze opgewekt tegen haar oudste zoon.
Rory knipperde met zijn ogen en knikte mompelend. Hij droeg een blauwe spijkerbroek, een blauw T-shirt en een blauwe trui. Hij had haar Ierse bleke huid en zou minstens net zo lang worden als zij: het afgelopen jaar was hij tien centimeter gegroeid, als een elastiek dat zo ver was uitgerekt dat het op knappen stond. Soms dacht Neve dat ze hem haast kon zien groeien, met zijn uitgerekte ledematen, zijn grote, platte voeten en zijn magere, uitgeputte gezicht.
‘Wat zie jij er mooi afgestemd uit,’ zei ze. Ze wilde een arm om hem heen slaan maar hield zich in. Hij begon het vervelend te vinden om aangeraakt te worden; een omhelzing was tegenwoordig stijf en ongemakkelijk. Hij werd bij na elf. Volgend jaar ging hij naar de middelbare school en moest hij een uniform aan.
Hij ging aan tafel zitten en ze zette cornflakes, melk en een kom voor hem neer. Hij ontbeet altijd met cornflakes en kiepte een knisperende berg in de kom waar hij een plens melk overheen goot. Hij trok een boek naar zich toe en sloeg het open. Boven hoorde ze luide stemmen, een wc die werd doorgetrokken, een dichtslaande deur. Met een schok herinnerde ze zich de kleren die ze de vorige avond in de wasmachine had gegooid. Ze haastte zich om ze eruit te halen en in de wasmand te doen.
Ze keek weer op de klok. Kwart over zeven.
‘Morgen,’ zei ze nogmaals, nog steeds opgewekt. Het was altijd een van haar taken geweest om de dag op te starten en iedereen op gang te helpen.
Deze keer kwam Fletcher binnen, zijn haar nog vochtig van het douchen en zij n baard fris getrimd. Hij keek haar nauwelijks aan maar staarde afwezig de tuin in. Gelukkig maar.
‘Thee?’ vroeg hij.
Ze hoefde geen antwoord te geven. Ze nam ’s ochtends altijd thee. Fletcher nam altijd koffie. Het was zijn taak om die te zetten, de vaatwasser leeg te ruimen en het vuilnis naar buiten te brengen. Het was haar taak om het ontbijt voor de kinderen te verzorgen en hun lunchpakketjes klaar te maken.
Ze schudde havermout in een steelpan, voegde melk en een snufje zout toe en zette het op het fornuis om op te warmen. Dat deed ze allemaal zonder nadenken. Connor at elke ochtend havermoutpap met suikerstroop. Fletcher at toast met marmelade.
Fletcher goot water op de theezakjes, waarna hij naar de trap liep en riep: ‘Connor! Ontbijt!’
Neve roerde afwezig in de havermoutpap en merkte dat hij dikker werd. Haar lijf voelde week en slap. De tuin straalde in de herfstzon. Ze drukte haar duim tegen haar onderlip en deed even haar ogen dicht. Vaag hoorde ze Fletcher achter haar iets zeggen en ze keek om.
‘Wat zijn je plannen voor vandaag?’ Hij zette een mok thee voor haar neer.
‘Ik wilde weer eens naar de volkstuin gaan. Om mijn extra vrije tijd zo goed mogelijk te besteden.’
Lekker buiten zijn in de koele ochtendlucht, dacht ze verlangend, een schep in de aarde steken, onkruid wieden, moe en vies worden, met blaren op haar handen en aarde onder haar nagels, zonder ook maar ergens aan te denken. Een paar weken geleden had ze de sprong gewaagd en was ze parttime gaan werken. Ze wist dat het in bij na elk opzicht een dwaas besluit was. Ze was altijd de hoofdkostwinner geweest en ze hadden het geld nu harder nodig dan ooit. Mabel ging bijna studeren. En ondertussen leek alles het langzaam te begeven, van het dak tot de cv-ketel. De dakgoten moesten worden vervangen en er zaten vochtplekken in de bijkeuken. Soms telde ze alle bedragen op en probeerde tot een andere uitkomst te komen, wat ze op zakelijke toon met Fletcher besprak om hem geen minderwaardigheidscomplex te bezorgen. ‘Het is gewoon zo gelopen,’ zei ze dan.

© 2019 Ambo|Anthos

Lees hier een groter fragment >


Co-vertaler: Bert Meelker
Uitgever: Ambo|Anthos
Engelse titel: The Lying Room

Uitvoering: hardcover
ISBN: 9789026348617
Normale prijs: € 24,99
Verschijning: juli 2019

Uitvoering: paperback
ISBN: 9789026343315
Normale prijs: € 21,99
Verschijning: juli 2019

Uitvoering: dwarsligger
ISBN: 9789049807337
Normale prijs: € 18,99
Verschijning: juli 2019