Co-ver­ta­ler: Da­vid Orthel

Uit­ge­ver: Luitingh-Sijthoff

Oor­spron­ke­lij­ke ti­tel: The Night Agent

The Night Agent

Mat­thew Quirk

FBI-agent Pe­ter Su­ther­land werkt in de cri­sis­ka­mer van het Wit­te Huis: het hart van Amerika’s best be­waar­de mi­li­tai­re ge­hei­men. Hij be­waakt een nood­te­le­foon die nooit over­gaat – tot van­avond… Om 1.05 uur gaat de te­le­foon. Rose is doods­bang. Er zijn twee men­sen ver­moord en de moor­de­naar is nog steeds bij haar in huis. Eén van de slacht­of­fers gaf haar dit te­le­foon­num­mer met drin­gen­de in­struc­ties: ‘Ver­tel ze dat os­prey ge­lijk had. Het is be­gon­nen…’ Het te­le­foon­tje stort Pe­ter in het hart van een com­plot dat al ja­ren in de maak is, een­tje waar­bij een Rus­si­sche spi­on tot het hoog­ste ni­veau van de Ame­ri­kaan­se over­heid is door­ge­dron­gen. Ie­der­een in het Wit­te Huis kan de ver­ra­der zijn. Om het land te red­den kan Pe­ter nie­mand vertrouwen.

Co-ver­ta­ler: Da­vid Orthel

Uit­ge­ver: Luitingh-Sijthoff

Oor­spron­ke­lij­ke ti­tel: The Night Agent

Zon­der zijn pas te ver­tra­gen boog hij zijn pols om­laag en liet de bijl door zijn hand glij­den om hem bij het uit­ein­de van de steel vast te pak­ken. Hij klem­de zijn lin­ker­hand vlak bo­ven zijn rech­ter en zwaai­de het werk­tuig naar ach­te­ren over zijn hoofd, tot het twee kilo zwa­re blad bij­na zijn rug raak­te. Toen haal­de hij met al zijn kracht uit.

Pro­loog

Pe­ter Su­ther­land been­de tus­sen de bo­men door, ge­kleed in een ma­ri­ne­blauw pak, wit over­hemd en glim­mend ge­poets­te zwar­te bro­gues. Al­les aan hem was vol­gens de fbi-richt­lij­nen, de norm waar­aan hij zich al zo lang zo zorg­vul­dig had ge­hou­den. Per­fect in het gareel.

Maar de bijl in zijn hand was nieuw, net als het ge­leen­de pi­stool zon­der se­rie­num­mer op zijn heup.

Zijn hals zat on­der de schram­men en blau­we plek­ken en hij had al vier­en­twin­tig uur niet geslapen.

De bijl was een pracht­exem­plaar; aan het uit­ein­de van ne­gen­tig cen­ti­me­ter es­sen­hout blonk een vlijm­scherp sta­len blad.

Hij be­keek het land­huis van rode bak­steen ter­wijl hij er­naar­toe liep. Pe­ter wist hoe hij een huis in en uit kon ko­men zon­der een spoor ach­ter te la­ten. Dat was zijn werk. Sur­veil­lan­ce. Op­spo­ring. Op­mer­ken zon­der op­ge­merkt te worden.

Maar de tijd van ver­stop­pen was voor­bij. Hij liep over het zach­te gras van het ga­zon naar de ach­ter­kant van het huis.

Het was een koe­le dag, maar zijn wan­gen gloei­den. Zijn hart­slag ruis­te in zijn oren als bre­ken­de gol­ven. Hij ver­wel­kom­de het, ver­wel­kom­de de adre­na­li­ne die door zijn lijf gier­de ter­wijl hij met twee tre­den te­ge­lijk de trap van de ve­ran­da naar de ach­ter­deur op liep.

Het huis had on­ge­twij­feld een alarm­sys­teem, maar dat kon hem niet sche­len. Laat ze maar ko­men. Al­le­maal. De po­li­tie. De Se­cret Ser­vi­ce. De kil­le moor­de­naars die zich voor­de­den als inlichtingenofficieren.

Pe­ter had zich al­tijd nauw­let­tend aan de re­gels ge­hou­den. Hij had geen an­de­re keu­ze. Zijn va­der was een land­ver­ra­der en hij­zelf werd al bij­na zijn hele le­ven met wan­trou­wen be­ke­ken. Hoe on­be­ris­pe­lijk hij ook was, daar kon hij niet aan ont­snap­pen. En nu had­den ze hem ook als ver­ra­der aangemerkt.

Zon­der zijn pas te ver­tra­gen boog hij zijn pols om­laag en liet de bijl door zijn hand glij­den om hem bij het uit­ein­de van de steel vast te pak­ken. Hij klem­de zijn lin­ker­hand vlak bo­ven zijn rech­ter en zwaai­de het werk­tuig naar ach­te­ren over zijn hoofd, tot het twee kilo zwa­re blad bij­na zijn rug raak­te. Toen haal­de hij met al zijn kracht uit.

Veer­tien jaar van on­der­druk­te woe­de, veer­tien jaar van spe­len vol­gens hun hy­po­crie­te re­gels, veer­tien jaar van ge­frus­treerd toe­kij­ken hoe de hul­pe­lo­zen stier­ven door toe­doen van de mach­ti­gen – dat leg­de hij al­le­maal in die klap. Hij was klaar met de bra­ve hen­drik uithangen.

Het blad suis­de door de lucht, raak­te de deur vlak bij de rand en liet het hout als door een ex­plo­sief uit el­kaar spat­ten. Het slot en de deur­klink bra­ken los.

Hij trap­te de deur open. Er hing een ca­me­ra recht voor hem.

Per­fect. Hij wil­de dat ze het zou­den zien. Dat er alarm zou wor­den ge­sla­gen in het Wit­te Huis.

Hij been­de naar bo­ven op zoek naar de kluis.

De ver­ra­ders had­den on­schul­di­ge men­sen ver­moord en hun ei­gen land aan­ge­val­len in een hei­me­lij­ke staats­greep. Bin­nen­kort zou­den zij de macht heb­ben. Bin­nen­kort zou­den er nog meer men­sen ster­ven als hij niet in ver­zet kwam. Het kon hem zijn le­ven kos­ten. Dat wist hij.

Hij wist dat hij hier mis­schien ie­mand zou moe­ten ver­moor­den. Dat was een dag ge­le­den nog on­denk­baar ge­weest, maar hij had nog nooit zulk ver­raad ge­kend, nog nooit zul­ke woe­de ge­voeld. Hij wist niet meer wie hij was, maar hij wist wat hij moest doen. Dit kon maar op één ma­nier ein­di­gen. Met ge­trok­ken pistool.

 

Fragment The Night Agent - Matthew Quirk
© 2023 Luitingh-Sijthoff