Co-ver­ta­ler: Eli­se Kuip

Uit­ge­ver: Luitingh-Sijthoff

Oor­spron­ke­lij­ke ti­tel: The Best of Adam Sharp

Het bes­te van Adam Sharp

Grae­me Simsion

Wat als je de ware lief­de vindt? Wat als je die ver­liest? Wat als je nog een kans krijgt? Na twin­tig jaar krijgt veer­ti­ger Adam Sharp, ge­trouwd en te­vre­den, uit het niets een be­richt van zijn Eer­ste Ech­te Lief­de. Sa­men had­den ze een fan­tas­ti­sche tijd — hij speel­de pi­a­no in een bar, zij zong — tot Adams tijd in Au­stra­lië erop zat en hij te­rug­keer­de naar En­ge­land. Over­val­len door nos­tal­gie en vra­gen — wat als hij wél had ge­ko­zen voor haar? — be­ant­woordt Adam het be­richt. Is er een twee­de le­ven voor zijn eer­ste lief­de? Het bes­te van Adam Sharp is een ro­man over lief­de, mu­ziek en in het rei­ne ko­men met het verleden.

Co-ver­ta­ler: Eli­se Kuip

Uit­ge­ver: Luitingh-Sijthoff

Oor­spron­ke­lij­ke ti­tel: The Best of Adam Sharp

Ooit kwam mis­schien de dag dat ik niets an­ders meer had dan mijn her­in­ne­rin­gen en moest kie­zen of ik de over­hand gaf aan mijn ro­man­ti­sche kant en me erin zou on­der­dom­pe­len, of aan mijn cy­ni­sche kant en zou twij­fe­len aan hun be­trouw­baar­heid.

Voor­dat al­les losbarstte

Als mijn le­ven vóór 15 fe­bru­a­ri 2012 een lied­je was ge­weest, was het mis­schien ‘Hey Jude’, een sim­pel pi­a­no­deun­tje, be­gin­nend met mijn droe­vi­ge, treu­ri­ge jeugd. Hal­ver­we­ge leef­de het op – ‘bet­ter, bet­ter, bet­ter’ – en was het heel even een voor­bo­de van iets uit­zon­der­lijks. Maar daar­na kwam ge­woon ‘na-na-na-na’, keer op keer. Best leuk, maar voor­al van­we­ge de herhaling.

Het was ei­gen­lijk niet erg ver­won­der­lijk dat een dag die be­gon in mijn oude kin­der­slaap­ka­mer in Man­ches­ter, om­ringd door fo­to­al­bums en pla­ten, het ver­le­den weer oprakelde.

Mijn wan­de­ling naar het sta­ti­on, door stra­ten die grauw za­gen van de mie­zer en de fo­ren­zen — diep in hun jas weg­ge­do­ken en in hun te­le­foons ver­diept — riep niet di­rect her­in­ne­rin­gen op aan ver­vlo­gen tij­den, maar deed me er wel naar ver­lan­gen, naar een zo­mer on­der een blau­we lucht aan de an­de­re kant van de we­reld, waar mu­ziek uit get­to­blas­ters het op­nam te­gen het ge­lach van non­cha­lant ge­kle­de drin­kers op de stoep voor een over­vol­le pub.

Mijn rou­te leid­de me langs het Ra­dis­son Ho­tel: de vroe­ge­re Free Tra­de Hall en het to­neel van een be­pa­lend mo­ment in de pop­mu­ziek. 17 mei 1966. Ie­mand in het pu­bliek roept ‘Ju­das!’ naar de jon­ge Bob Dy­lan, die na de pau­ze het po­di­um weer op is ge­stapt met een elek­tri­sche gi­taar, en Dy­lan be­ant­woordt dit met een snoei­har­de uit­voe­ring van ‘Like a Rol­ling Sto­ne’. Mijn va­der was er­bij, in het pu­bliek, een oog­ge­tui­ge van dit mo­ment waar­in mu­ziek­ge­schie­de­nis werd geschreven.

In de sta­ti­ons­hal zat een tie­ner­meis­je met een licht­blau­we par­ka en een­zelf­de be­a­nie als de mij­ne ‘So­me­o­ne Like You’ van Ade­le te zin­gen, een lied­je over ver­lo­ren lief­de, spijt en het ver­strij­ken van de tijd. Het had ge­woon een mooi lied­je kun­nen zijn, maar de her­in­ne­ring aan een an­de­re jon­ge vrouw, nu twee­ën­twin­tig jaar ge­le­den, gaf meer diep­gang aan de vast­stel­ling dat lief­de niet al­tijd standhoudt.

Ik leun­de te­gen de muur te­gen­over de straat­mu­zi­kant. Pas­sa­giers lie­pen langs en som­mi­gen gooi­den munt­jes in haar key­board­kof­fer. Ze zong zon­der mi­cro­foon, ver­trouw­de op de akoes­tiek van de af­ge­slo­ten ruim­te. Haar pi­a­no­spel was een­vou­dig, maar ze had een mooie stem en voel­de het num­mer goed aan.

Ik liet het over me heen ko­men, liet de sim­pe­le sen­ti­men­ten naar een ho­ger plan til­len door de mu­ziek en de uit­voe­ring, dom­pel­de me een paar mi­nu­ten on­der in de bit­ter­zoe­te droef­heid van nos­tal­gie, zo an­ders dan de al­le­daag­se som­ber­heid waar­in ik was ont­waakt in het huis van mijn moeder.

Ik gooi­de een munt­je van twee pond in de kof­fer en werd ge­trak­teerd op een glim­lach. Er was een tijd ge­weest dat ik mis­schien wel meer had ge­daan, een tien­tje in de kof­fer had ge­gooid om haar aan­dacht te trek­ken, had aan­ge­bo­den haar te be­ge­lei­den zo­dat zij kon gaan staan om te zin­gen, een mooie her­in­ne­ring voor me­zelf had ge­cre­ëerd. Die tijd was voor­bij. Te­gen­woor­dig haal­de ik meer her­in­ne­rin­gen uit mijn ge­heu­gen­bank dan ik erin stopte.

Ooit kwam mis­schien de dag dat ik niets an­ders meer had dan mijn her­in­ne­rin­gen en moest kie­zen of ik de over­hand gaf aan mijn ro­man­ti­sche kant en me erin zou on­der­dom­pe­len, of aan mijn cy­ni­sche kant en zou twij­fe­len aan hun betrouwbaarheid.

Had ik de Au­stra­li­sche luch­ten die­per blauw ge­kleurd om­dat ze het de­cor vorm­den voor mijn Eer­ste Ech­te Liefde?

Had­den ze Dy­lan echt uit­ge­jouwd in de Free Tra­de Hall? Een maand ge­le­den had ik de boot­leg uit mijn va­ders pla­ten­ver­za­me­ling te­voor­schijn ge­haald en had mijn moe­der de ri­vier des tijds ver­der vertroebeld.

‘Je va­der had in­der­daad een kaartje voor dat con­cert. Maar hij is niet ge­gaan. Hij moest wer­ken en had een ge­zin om voor te zorgen.’

Ik was ge­neigd de oor­spron­ke­lij­ke ver­sie te ge­lo­ven. Mijn moe­der had er een hand­je van mijn on­be­re­ken­ba­re va­der af te schil­de­ren als een be­trouw­ba­re kost­win­ner en rol­mo­del, voor­al de laat­ste tijd, nu ik geen ‘ech­te baan’ had. Al zorg­de dat laat­ste er wel voor dat ik mid­den in de week het hal­ve land door kon rei­zen om haar naar haar dok­ters­af­spra­ken te brengen.

Maar dat doet er ver­der niet toe. Ik zou al snel drin­gen­der za­ken aan mijn hoofd heb­ben. La­ter die dag, ter­wijl ik me in het ver­le­den bleef wen­te­len en het in­ter­net af­struin­de naar mu­zi­ka­le weet­jes in de hoop dat die me een paar se­con­den waar­de­ring zou­den op­le­ve­ren bij de pub­quiz, zou een kos­mi­sche dj — mis­schien de geest van mijn va­der – de naald op­til­len tij­dens de na-na-na-na’s in ‘Hey Jude’ met het idee ‘Dat we­ten we nu wel,’ en de plaat om­draai­en naar de B‑kant.

‘Re­vo­lu­ti­on’.

 

Fragment Het beste van Adam Sharp - Graeme Simsion
© 2016 Luitingh-Sijthoff