Achtergrondinformatie
Uitgever: Atlas Contact
Oorspronkelijke titel: Big Swiss
Voor deze vertaling ontving ik een projectsubsidie van het Nederlands Letterenfonds
Recensies
De sekstypiste
Jen Beagin
Greta woont in een eeuwenoude, slecht geïsoleerde Hollandse boerderij in Hudson, New York. Ze vult haar dagen met het uittypen van therapiesessies voor een sekscoach die zichzelf Ohm noemt. Ze raakt in de ban van zijn nieuwste cliënte, een geremde, getrouwde vrouw met een heftig verleden. Greta, die zelf ook veel heeft meegemaakt, is gefascineerd door haar stoïcijnse, verfrissende houding ten opzichte van trauma. Op een dag herkent Greta de stem van de vrouw in het hondenpark. In paniek stelt ze zichzelf voor onder een valse naam en al snel raken ze in een explosieve affaire verwikkeld. Greta is meer zichzelf dan ze ooit bij iemand is geweest. Haar verliefdheid is sterker dan haar schuldgevoel over het bedrog, en ze zal er alles aan doen om de relatie in stand te houden.
Achtergrondinformatie
Uitgever: Atlas Contact
Oorspronkelijke titel: Big Swiss
Voor deze vertaling ontving ik een projectsubsidie van het Nederlands Letterenfonds
Recensies
“Het was haar werk om deze onstoffelijke stem te transcriberen, om haar exacte woorden uit te typen, naast die van de persoon met wie De Zwitserse praatte, een seks- en relatiecoach die zichzelf zonder enige ironie Ohm noemde.”
1
Greta noemde haar De Zwitserse omdat ze groot was als een Alp en vaak van top tot teen gekleed ging in het wit, de kleur van overgave. En ze kwam uit Zwitserland. Haar blonde haar was zo fijn als paardenbloempluis en zag eruit alsof het bij een stevige bries zo van haar hoofd zou waaien. Ze had een spleetje tussen haar voortanden, maar bezat niets van de ongedwongen charme die daar vaak mee gepaard ging, en haar lichtblauwe ogen waren zo doordringend als die van een sekteleider. Alle hoofden draaiden zich om als ze ergens binnenkwam, zelfs die van baby’s en honden. Haar schoonheid was als Zwitserland zelf – schitterend maar steriel – en vergeleken met haar Teutoonse stoïcisme leken de mensen om haar heen emotioneel losbandig of, om een meer psychiatrische term te gebruiken, compleet gestoord.
Maar dit was bijna allemaal pure speculatie van Greta: ze had De Zwitserse nog nooit in levenden lijve ontmoet en dat zou waarschijnlijk ook nooit gebeuren. En ze was ook nog nooit in Zwitserland geweest. Maar ze had er wel foto’s van gezien en het zag er niet uit als een echt bestaande plek. De Zwitserse, daarentegen, was zo echt als maar zijn kon. Greta kende haar bij haar initialen (few), haar geboortedatum (23–5‑1990), haar klantnummer (233) en haar stem, die diep, luid en licht bedroefd klonk. Misschien kwam het doordat De Zwitserse zo onbewogen leek en doordat Greta haar gezicht niet kon zien, maar haar stem riep allerlei willekeurige beelden in Greta op. Zoals de tepels van een hond. Of natte dennennaalden. Of Greta zelf, verstopt in een kast, omringd door nertsmantels. Verder had haar stem iets uitgesproken tastbaars wat Greta wel beviel. Het was een stem waar je met je trui aan kon blijven haken, of een tand op kon stukbijten, maar hij was ook lieflijk genoeg om op te sabbelen, om in je mond te houden terwijl je sliep.
Op dit moment had De Zwitserse het over haar aura, wat ondraaglijk was geweest als een andere stem het zou zeggen. Blijkbaar verschilden aura’s volgens De Zwitserse niet alleen in kleur maar ook in omvang, en die van haar was ‘zo groot als een vrachtschip’. Haar aura ging haar altijd voor als ze ergens binnenstapte, en als je niet uit de weg ging, werd je platgewalst, aan jou de keuze. De Zwitserse leed er zelf ook onder. Door haar aura hield ze het niet langer dan twintig minuten uit in een ruimte met lage plafonds, en ze zou in geen duizend jaar in een souterrain kunnen wonen. Ze kon er niet tegen als dingen te dicht bij haar gezicht kwamen, inclusief gezichten van andere mensen. Ze sliep zonder kussen. Ze had een hekel aan paraplu’s. Los daarvan kon ze niets eten zonder het te drenken in chilisaus of een andere sterke smaakmaker, zoals Gentleman’s Relish, waar ansjovispasta in zat. Ze deed overal zout op, zelfs op sinaasappels. Ze had in het algemeen moeite om in haar lichaam te zijn, wat de reden was dat ze graag door de elementen werd geteisterd en altijd verbrand, verwaaid of natgeregend was.
‘Je aura geeft me een gat in mijn kop,’ zou Greta hebben gezegd als ze in dezelfde ruimte waren geweest. ‘Het bloed gutst eruit terwijl ik me aan de reling van dat vrachtschip vastklamp.’
Maar Greta en De Zwitserse waren niet in dezelfde ruimte, niet eens in hetzelfde gebouw. Greta zat kilometers verderop aan een bureau in haar eigen huis, slechts gehuld in vingerloze handschoenen, een kimono en beenwarmers, en met een koptelefoon op. Het was haar werk om deze onstoffelijke stem te transcriberen, om haar exacte woorden uit te typen, naast die van de persoon met wie De Zwitserse praatte, een seks- en relatiecoach die zichzelf zonder enige ironie Ohm noemde. Zijn echte (en verder prima) naam was Bruce, en De Zwitserse was een van zijn vele cliënten. Bijna iedereen in Hudson, New York – waar Greta woonde – had weleens op de bank van deze man zijn hart gelucht. Hij was uiteraard een boek aan het schrijven en had Greta ingehuurd om zijn sessies uit te typen. Tot nu toe had ze ruim een dertigtal transcripten uitgewerkt, waarvoor hij haar vijfentwintig dollar per uur betaalde.