Uit­ge­ver: Luitingh-Sijthoff

Oor­spron­ke­lij­ke ti­tel: Pic­tu­res of Him

De stil­te voor de storm

Cla­re Les­lie Hall

Haar stil­te heeft hem ge­bro­ken. Al­leen de waar­heid kan hen be­vrij­den. Ca­ther­i­ne heeft iets zo trau­ma­tisch mee­ge­maakt dat ze niet kan – of niet wil – spre­ken. De art­sen zeg­gen dat de eni­ge weg voor­uit is om haar ver­le­den on­der ogen te zien. Vijf­tien jaar ge­le­den ont­moet­te Ca­ther­i­ne de lief­de van haar le­ven op de uni­ver­si­teit. Lu­ci­an was char­mant, aan­bid­de haar, en ze werd mee­ge­zo­gen in de he­do­nis­ti­sche, zor­ge­lo­ze le­vens­stijl van zijn rij­ke vrien­den. Ze wa­ren on­af­schei­de­lijk – tot Ca­ther­i­ne op een och­tend zon­der een woord ver­trok. Ze trouw­de, kreeg twee kin­de­ren, en was er­van over­tuigd dat ze hem ach­ter zich had ge­la­ten. Maar wan­neer ze on­ver­wachts weer met Lu­ci­an in con­tact komt, ko­men de her­in­ne­rin­gen aan hun be­to­ve­ren­de lief­des­af­fai­re in alle he­vig­heid te­rug. Ze zou­den op­nieuw dat meis­je en die jon­gen kun­nen zijn – en het dit keer goed doen. Maar daar­voor moet Ca­ther­i­ne hem ver­tel­len waar­om ze hem al die ja­ren ge­le­den ver­liet. Zij heeft met de waar­heid ge­leefd. Maar kan hij dat ook? 

Uit­ge­ver: Luitingh-Sijthoff

Oor­spron­ke­lij­ke ti­tel: Pic­tu­res of Him

Schoon­heid. Ca­ther­i­ne. Het zijn niets meer dan la­bels zon­der be­te­ke­nis. Ik ben wie ze maar wil­len dat ik ben.

He­den

Het is mijn fa­vo­rie­te ver­pleeg­kun­di­ge, de­ge­ne die mijn haar zacht­jes bor­stelt zo­dat het niet in de klit raakt en die mijn ge­zicht dept met een warm was­hand­je in plaats van het wild te boe­nen zo­als som­mi­ge an­de­ren doen. Ik zou kun­nen re­a­ge­ren. Dat doe ik nooit.

Ze praat on­op­hou­de­lijk te­gen me ter­wijl ze be­zig is, tilt mijn bo­ven­lip op zo­dat ze mijn tan­den met zach­te rond­draai­en­de be­we­gin­gen kan poet­sen, zet een glas wa­ter aan mijn lip­pen en zegt: ‘Neem nu maar een gro­te slok om je mond te spoe­len, lieverd.’

Ze noemt me ‘schoon­heid’ of ‘lie­verd’, nooit Ca­ther­i­ne. Soms kan ik me een tijd­je op haar woor­den con­cen­tre­ren voor­dat mijn dag­dro­men me weer te­rug naar jou trekken.

‘Je ge­zin komt van­daag langs,’ zegt ze.

Mijn klei­ne meis­je zal mijn ge­zicht aan­ra­ken met haar zach­te hand­jes, mijn jon­gen zal zwij­gend naast mijn stoel staan toe­kij­ken met zijn ern­sti­ge ogen. Mijn man zal te­gen me pra­ten, me over zijn dag ver­tel­len met die zweem van on­ge­mak die er al­tijd hangt. Geef hem eens on­ge­lijk. Het is ver­domd pijn­lijk om dag in, dag uit te­gen een muur te praten.

‘Hal­lo, Ca­ther­i­ne,’ zal hij zeg­gen, hij ge­bruikt nu al­tijd mijn naam.

Schoon­heid. Ca­ther­i­ne. Het zijn niets meer dan la­bels zon­der be­te­ke­nis. Ik ben wie ze maar wil­len dat ik ben. Het groot­ste deel van de tijd zit ik stil ter­wijl de woor­den bo­ven me rond­wer­ve­len, als dan­sen­de gou­den stofspik­kels in een zonnestraal.

‘Her­stel’, dat woord wordt vaak ge­noemd. Door Sam, die het op een ge­span­nen, pas­sief-agres­sie­ve toon zegt, en door de psy­chi­a­ter, die het in va­ge­re zin ge­bruikt, los­ser, licht en luch­tig. Wie let daar­op, lijkt hij te zeg­gen. Sam, Sam let daar­op. Hij wil we­ten hoe­veel lan­ger hij nog moet wach­ten: een week, een maand, de rest van zijn le­ven? Hoe­veel lan­ger voor­dat zijn vrouw naar hem terugkeert?

Maar ik ben op drift, op drift. Ik ben weer een meis­je, ne­gen­tien, bij­na twin­tig. Ik word be­mind, in­nig, met een pas­sie die me over­spoelt, mijn lijf, mijn ade­ren, mijn brein. Er is niets dan dit, deze warm­te, dit licht, dit stra­len­de, in­ten­se ge­luk. En het is zo fijn om hier te zijn, kon ik het maar vast­hou­den, dit mo­ment be­vrie­zen in de tijd.

‘Ik zal je nooit ver­la­ten,’ zeg ik, en jij trekt me ste­vi­ger in je ar­men en zo val­len we in slaap, in­nig ver­stren­geld, en ik slaap de hele nacht door. Maar dan word ik wak­ker, en in­eens staat de we­reld op zijn kop en is al­les anders.

 

Fragment De stilte voor de storm - Clare Leslie Hall © 2026 Luitingh-Sijthoff