Achtergrondinformatie
Co-vertalers: Gretske de Haan, Arjanne van Luipen, Nannie Plasman
Uitgever: Querido Facto
Oorspronkelijke titel: The Nuclear Age
Het atoomtijdperk
Een ijzingwekkende strijd om wapens, macht en voortbestaan
Serhii Plokhy
Het nucleaire tijdperk begon met de explosie van de eerste atoombom in de woestijn van New Mexico in juli 1945. De belangrijkste maker ervan, J. Robert Oppenheimer, citeerde bij die gelegenheid de Bhagavad Gita (‘het lied van de Heer’): ‘Nu ben ik de Dood geworden, de vernietiger van werelden.’ Daarmee legde hij de basis van de angst voor de bom – of beter gezegd, voor twee bommen: de atoombom en de waterstofbom.
In Het atoomtijdperk analyseert de veelgeprezen historicus Serhii Plokhy het falen om tot betekenisvolle wapenverdragen te komen en onderzoekt hij waarom overheden kernwapens blijven verwerven. Hij leidt de lezer van de eerste kunstmatige splijting van het atoom in 1917, via de race om een atoombom te ontwikkelen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de wapenwedloop van de Koude Oorlog, naar het imperialisme, het neokolonialisme en de oorlogen die vandaag de dag worden gevoerd.
Terwijl regeringen hun wapenarsenaal opnieuw opbouwen, dreigen Rusland, China en Noord-Korea met nucleaire agressie, zijn India en Pakistan verwikkeld in voortdurende nucleaire rivaliteit, en lijken meer landen dan ooit – zoals Iran – bijna in staat om zelf kernwapens te produceren. Het atoomtijdperk legt de onmacht bloot die onze tijd beheerst, terwijl het gevaar van een nucleaire oorlog of aanslag steeds groter wordt.
Achtergrondinformatie
Co-vertalers: Gretske de Haan, Arjanne van Luipen, Nannie Plasman
Uitgever: Querido Facto
Oorspronkelijke titel: The Nuclear Age
7. De Amerikaanse bom
Wat viel er te verwachten als het ging om de militaire toepassing van een atoombom? In The World Set Free van H.G. Wells waren atoombommen in feite ‘vuile bommen’, zwarte bollen met een doorsnede van zestig centimeter die uit vliegtuigen werden gedropt en meer schade aanrichtten door straling te verspreiden (‘een oneindige explosie’) dan door de vernietigende kracht van de explosie zelf. In 1924 stelde Winston Churchill zich een bom voor ter grootte van een sinaasappel die een heel huizenblok kon vernietigen.
In augustus 1939 waarschuwden Einstein en Szilárd president Roosevelt voor ‘buitengewoon krachtige bommen’ die per schip naar een haven vervoerd konden worden, waar ze de hele haven en omgeving zouden vernietigen. In maart 1940 schatten de auteurs van het oorspronkelijke Britse rapport over de bom, Otto Frisch en Rudolf Peierls, dat de ontploffing gelijk zou staan aan duizend ton dynamiet, wat het hele centrum van een grote stad kon verwoesten en bovendien krachtige en gevaarlijke straling zou afgeven waardoor het gebied minstens een paar dagen niet kon worden betreden. Ze achtten de verwachte schade voor burgers zo ernstig dat het gebruik van de bom op land door Groot-Brittannië uitgesloten was en stelden in plaats daarvan een ‘dieptebom in de buurt van een marinebasis’ voor.
James Chadwick, de ontdekker van het neutron en hoofdauteur van het maud-rapport uit 1941, zag de atoombom ook als een wapen om havens mee te verwoesten. Hij stelde zich voor dat het een explosie zou veroorzaken die minstens even groot zou zijn als die van 6 december 1917 in de haven van Halifax, hoewel de vernietigende kracht van de atoombom naar verwachting nog groter zou zijn.
De eerste proef met de Amerikaanse atoombom vond plaats op 16 juli 1945 op de Alamogordo Bombing and Gunnery Range van de Amerikaanse luchtmacht in de woestijn van New Mexico. Deze ging de geschiedenisboeken in als ‘Trinity’, een codenaam voorgesteld door Robert Oppenheimer. De nieuw ontwikkelde plutoniumbom bevatte tal van niet-geteste onderdelen, van de lenzen van Kistiakowsky tot schakelaars die in een fractie van een seconde traditionele explosieven op tweeëndertig verschillende punten moesten laten ontploffen. De ‘Gadget’ werd op een speciaal gebouwde, dertig meter hoge toren gemonteerd. De systemen werden nagelopen, er werden laatste aanpassingen gedaan en sommige onderdelen werden slechts door ducttape bij elkaar gehouden. Alles was gereed, maar niemand wist of de bom ook daadwerkelijk zou ontploffen en zo ja, wat de gevolgen zouden zijn.
Generaal Leslie Groves was boos toen hij hoorde dat sommige bij het programma betrokken wetenschappers weddenschappen sloten over de vraag of de ontploffing tot de vernietiging van het hele universum zou leiden. Groves’ grootste zorg was of de bom zou ontploffen, ongeacht de verdere gevolgen. Als dat mislukte, zou dat betekenen dat er miljarden aan belastinggeld was uitgegeven aan het najagen van een illusie. Oppenheimer, die zichtbaar nerveuzer werd naarmate de proef dichterbij kwam, hoopte eveneens dat het zou lukken. De proef stond gepland voor de ochtend van 16 juli, mits de weersomstandigheden gunstig waren. De avond ervoor was er onweer in de omgeving. Maar het weer en technische problemen met de bom waren niet Oppenheimers enige zorgen.
‘Oppenheimer maakte zich grote zorgen over het feit dat de bom zo complex was en dat zoveel mensen precies wisten hoe deze in elkaar zat, dat hij gemakkelijk te saboteren zou zijn,’ aldus Don Hornig, een jonge natuurkundige en bedenker van de schakelaar die de explosieven tot ontploffing moest brengen. Hornig wist waar hij het over had. Hij had de nacht voor de proef boven in de bomtoren doorgebracht tijdens het onweer. ‘Ik had alleen een telefoon,’ vertelde de natuurkundige annex nachtwaker. ‘Ik had niets om me te verdedigen, ik wist niet wat ik moest doen. Ik had geen instructies gekregen.’ Hij las een boek en probeerde niet te denken aan de mogelijkheid dat een blikseminslag de bom zou laten ontploffen. Hornig was maar met één doel op de toren gestationeerd: om ervoor te zorgen dat collega’s die spijt hadden van hun bijdrage aan de ontwikkeling van de ‘Gadget’ het niet onklaar zouden maken.
Fragment Het atoomtijdperk - Serhii Plokhy © 2025 Querido Facto