Achtergrondinformatie
Uitgever: Kluitman
Oorspronkelijke titel: The Collector
Recensies
Andere door mij vertaalde delen
Horrorland
Het poppenhuis
K.R. Alexander
Josie verhuist samen met haar moeder en zusje Anna naar haar oma, die aan de rand van een bos woont. Oma Jeannie houdt er wel een paar rare regels op na. Laat nooit de ramen openstaan als het donker is. Neem geen poppen mee het huis in. En ga nooit, maar dan ook echt nooit, naar het huis in het bos. Al snel raakt Josie bevriend met het populairste meisje uit de klas, Vanessa. Maar wat als zij precies in dat ene huis in het bos blijkt te wonen? Wat volgt is een bloedstollend verhaal over zwarte magie, vriendschap en heel wat spookachtige poppen.
Achtergrondinformatie
Uitgever: Kluitman
Oorspronkelijke titel: The Collector
Recensies
Andere door mij vertaalde delen
“‘Zeg, meiden,’ fluisterde oma Jeannie luid toen we eenmaal zaten. ‘Er zijn drie regels waaraan jullie je hier moeten houden. Eén: laat nooit je raam openstaan als het donker is, ook niet bij warm weer. Twee: geen poppen in huis. En drie: ga nooit, maar dan ook echt nooit naar het huis in het bos.’”
0
De zomervakantie eindigde absoluut niet zoals ik wilde: met mijn moeder en zusje in de auto, midden tussen de graanvelden, op weg naar het huis van mijn oma. Niet voor een gezellig weekendbezoekje, maar voor altijd.
Ik had wel gedacht dat ik me zou vervelen.
Ik had wel gedacht dat ik me eenzaam zou voelen.
Maar ik had nooit gedacht dat ik zou moeten vechten tegen een boze macht die me dood wilde hebben.
1
‘Krijg ik een eigen kamer?’ vroeg Anna, terwijl we over de oprijlaan naar het huis van oma Jeannie reden. ‘Josie snurkt.’
Ik keek haar boos aan vanaf de passagiersstoel. Soms kon mijn kleine zusje echt irritant zijn.
‘Ja, Anna,’ zei mam. ‘Jullie krijgen allebei een eigen kamer, dus dat is een upgrade.’
‘Voor upgrades heb je internet nodig,’ mompelde ik, met mijn armen over elkaar. Oma Jeannie had niet eens een internetaansluiting. En mijn telefoon had hier bijna geen bereik.
‘Josie…’ begon mam, maar ze maakte haar waarschuwing niet af. Ze had al vaak genoeg gezegd dat ik niet zo moest mopperen, omdat dit voor ons allemaal moeilijk was.
Ja hoor. Tuurlijk. Zij hoefde niet naar de brugklas op een nieuwe school in een afgelegen dorp.
Oma’s huis kwam in zicht. Het was gigantisch, veel groter dan ons oude appartement in Chicago. Het had wel drie verdiepingen, met grote ramen aan alle kanten en een veranda rond het hele huis. Eromheen strekte zich een grote tuin uit en achter de schommel en de kleine appelboomgaard lag een dichtbegroeid bos, dat gevuld leek te zijn met doornstruiken en geheimen. Zelfs nu, op deze warme avond, zagen de bomen er duister en kil uit.
De voordeur ging open en oma Jeannie kwam naar buiten. Ze wankelde op haar benen en moest zich aan de hordeur vasthouden, maar ze glimlachte. Ik wilde hier absoluut niet zijn, maar toen ik haar zag, moest ik ook glimlachen. Het gebeurde niet vaak dat ze ons toelachte alsof ze ons echt zag.
‘O, mijn lieve meiden!’ riep ze toen we uit de auto stapten. Ze deed een wankele pas naar ons toe. ‘Wat ben ik blij dat jullie er zijn!’
Mam haastte zich het trapje op om oma te omhelzen, terwijl Anna en ik onze tassen van de achterbank pakten. Het waren er niet veel. Mam had al een paar dozen vooruitgestuurd en de rest van ons leven lag in een opslagbox.
‘Hallo, oma Jeannie!’ zei Anna en ze rende naar haar toe om haar een knuffel te geven. Ik volgde haar.
‘O, mijn lieve meiden,’ zei oma weer. Mijn ogen gingen naar mam, die krampachtig leek te glimlachen terwijl ze oma bekeek. Maar toen keek oma haar aan. ‘Hoe was de rit, lieverd?’
‘Prima, ma. Maar volgens mij zijn we allemaal een beetje moe.’
‘Nou, er staat een kan limonade in de keuken. Zullen we dat hier buiten opdrinken voordat we gaan eten?’
Mam knikte en ging naar binnen om de limonade te halen, terwijl oma met Anna en mij naar de tuintafel liep.
‘Ze is een oude vrouw,’ had mam op weg hiernaartoe wel duizend keer gezegd. ‘Haar geheugen gaat achteruit en ze is niet altijd even helder. Heb een beetje geduld met haar en doe alsof je begrijpt wat ze bedoelt, ook als dat niet zo is. Dan raakt ze niet al te erg in de war.’
‘Zeg, meiden,’ fluisterde oma Jeannie luid toen we eenmaal zaten. ‘Er zijn drie regels waaraan jullie je hier moeten houden. Eén: laat nooit je raam openstaan als het donker is, ook niet bij warm weer. Twee: geen poppen in huis. En drie: ga nooit, maar dan ook echt nooit naar het huis in het bos. Daar woont Beryl.’
Terwijl oma dit zei, tuurde ze naar het bos. Ik volgde haar blik en kreeg de kriebels. Er kon zich daar van alles verstoppen. Oma had ons altijd goed in de gaten gehouden als we op bezoek kwamen, maar ze had nog nooit iets over een huis gezegd. Of over Beryl.
Wie of wat was Beryl?
Dat wilde ik vragen, maar ik wilde oma niet van streek maken. Ik zag aan haar blik dat ze al van slag was door het noemen van die naam.
‘Geen zorgen, oma,’ stelde ik haar gerust en ik klopte even op haar arm. ‘We houden ons aan de regels.’
Toen kwam mam naar buiten met de limonade. Daar had ik eigenlijk geen trek in – ik wilde liever frisdrank, maar die had oma Jeannie niet, dus ik moest er maar aan wennen.
Oma en mam kletsten wat over de rit, maar ik luisterde al niet meer. Ik probeerde me voor te bereiden op morgen, mijn eerste dag op een nieuwe school in een nieuwe plaats. Ik kreeg al buikpijn als ik eraan dacht. Hoe moest ik de weg vinden? Hoe moest ik nieuwe vrienden maken? Stel dat de kinderen me uitlachten omdat ik hier niet vandaan kwam? Ik maakte me allang niet meer druk om wat oma had gezegd. Haar regels waren vreemd, maar zo was alles hier. Ik moest er maar gewoon in meegaan.
Ik luisterde pas weer toen oma over opa Tom begon te praten.
‘Hij komt er zo aan, hoor,’ zei oma. ‘Wat zal hij blij zijn om jullie te zien.’
Mam werd stil. Anna keek me geschrokken aan, met een blik van: zei ze dat nou echt?
Opa Tom was al vijf jaar dood. Ik kon me hem nauwelijks herinneren.
‘Ik zal je naar binnen brengen, ma,’ zei onze moeder. ‘Misschien moet je even gaan liggen.’
‘Wat zal Tom blij zijn,’ zei oma weer. Ze liet zich door mam overeind helpen en naar het huis leiden.
‘Meiden, willen jullie de rest van de spullen pakken?’ vroeg mam. Ik wist dat ze ons gewoon wilde afleiden. Ze vond het vreselijk om oma zo te zien.
Het leek steeds vaker te gebeuren. Dat was een van de redenen waarom we nu hier waren, om voor oma te zorgen. Mam was bang dat ze van de trap zou vallen of zich op een andere manier zou bezeren. Dus toen mam haar baan kwijtraakte, was het logisch dat we hierheen zouden verhuizen. Of, nou ja, logisch voor volwassenen misschien. Ik snapte er nog steeds niets van.
Wij wisten alleen dat oma soms niet meer helemaal helder was. Op sommige dagen ging het beter dan op andere.
En we wisten ook dat we niet het bos in mochten gaan.
Anna en ik liepen naar de auto, terwijl mam oma Jeannie naar binnen bracht. Zodra we op veilige afstand waren, vroeg Anna: ‘Is alles wel goed met oma?’
Ik haalde mijn schouders op.
‘Best raar wat ze over opa zei, toch?’
Ik haalde mijn schouders weer op, in de hoop dat ze snapte dat ik er niet over wilde praten.
Maar ze ging verder. ‘Wie denk je dat Beryl is?’
‘Je stelt te veel vragen,’ antwoordde ik. Ik tilde onze koffers uit de auto, terwijl Anna nog een tas van de achterbank pakte.
Er waaide een briesje vanuit het bos en ik hoorde een geluid dat me opnieuw de kriebels gaf. Ik bleef even staan en tuurde naar de bomen. Er bewoog niets.
‘Waar kijk je naar?’ vroeg Anna.
Ik schrok me wild. ‘Hoorde je dat?’ vroeg ik toen.
‘Wat?’
Ik keek van het bos terug naar Anna. ‘Niets,’ zei ik. ‘Kom, laten we deze naar binnen brengen.’ Ik wilde hier niet langer blijven staan.
Dat geluid…
Ik zou zweren dat ik een oude vrouw hoorde lachen.
Fragment Horrorland: Het poppenhuis - K.R. Alexander
© 2021 Kluitman