Uit­ge­ver: Kluitman

Oor­spron­ke­lij­ke ti­tel: The Fear Zone

Hor­ror­land

Ik kom je halen

K.R. Alexan­der

Met Hal­lo­ween vin­den vijf kin­de­ren elk een mys­te­ri­eus brief­je in hun kluis­je. Ze wor­den uit­ge­daagd om om mid­der­nacht naar de be­graaf­plaats te ko­men. Een­maal daar jut­ten ze el­kaar op en voor ze het we­ten gra­ven ze al­le­maal met hun han­den diep in de aar­de. Maar naar wat gra­ven ze ei­gen­lijk? Al snel wor­den de ge­vol­gen van hun ac­tie dui­de­lijk: ze heb­ben een duis­te­re kracht los­ge­la­ten die hen stuk voor stuk con­fron­teert met hun groot­ste nacht­mer­rie. De eni­ge ma­nier waar­op ze dit kun­nen over­le­ven, is door hun ang­sten te overwinnen…

Uit­ge­ver: Kluitman

Oor­spron­ke­lij­ke ti­tel: The Fear Zone

Ie­mand wil dat ik naar de be­graaf­plaats kom.

Om mid­der­nacht.

Ie­mand wil me bang ma­ken.

April

‘Hé, geef te­rug!’ roep ik uit.

Andres grijnst, wat er heel grie­ze­lig uit­ziet, want hij draagt nep­vam­pier­tan­den om­dat het Hal­lo­ween is. Hij geeft het op­ge­vou­wen oran­je pa­pier dat hij uit mijn kluis­je heeft ge­grist niet te­rug. In plaats daar­van stapt hij ach­ter­uit en zwaait er­mee, ter­wijl an­de­re ver­kle­de leer­lin­gen om ons heen door de gang lo­pen. Andres is al van­af groep acht mijn bes­te vriend, maar zelfs nu, twee jaar la­ter, ge­draagt hij zich soms nog steeds als mijn klei­ne broer­tje. Mijn heel ir­ri­tan­te klei­ne broertje.

Andres be­gint het pa­pier open te vouwen.

‘Kom op, geef nou terug.’

Andres schudt zijn hoofd, nog steeds met een grijns, ter­wijl hij het brief­je lang­zaam ver­der openvouwt.

Ik heb geen idee wat voor brief­je het is, maar ik wil niet dat Andres daar als eer­ste ach­ter komt. Mis­schien is het van een vriend, om me voor een last­mi­nu­te-Hal­lo­ween­feest­je uit te no­di­gen. Of mis­schien is het van mijn aarts­vij­and Caro­li­ne, om te zeg­gen dat ik er be­la­che­lijk uit­zie in mijn zwar­te kat­ten­kos­tuum. Dat zou me niks ver­ba­zen. Sinds vo­rig jaar is ze van een goe­de vrien­din in een vij­and veranderd.

Ik graai nog één keer zwak­jes naar het pa­pier, maar Andres springt een stap ach­ter­uit. Het brief­je is nu bij­na he­le­maal opengevouwen.

Hij leest het in zich­zelf. Zijn grijns ver­dwijnt. ‘Wat is dit?’ vraagt hij. ‘Een of an­der geintje?’

Hij draait het pa­pier om en ik lees wat er in dik­ke, slor­di­ge let­ters op de an­de­re kant staat geschreven.

 

Kom naar de be­graaf­plaats.
Van­avond. Mid­der­nacht.
Of an­ders.

 

‘Huh?’ zeg ik ver­bijs­terd. Ik graai weer naar het pa­pier. Deze keer laat hij het me pak­ken. ‘Wie heeft dit geschreven?’

Andres haalt zijn schou­ders op en leunt te­gen het kluis­je naast dat van mij.‘Misschien wil ie­mand een grap met je uit­ha­len?’ zegt hij.

Ik blijf het brief­je her­le­zen. Ik her­ken het hand­schrift niet. Het is niet van Caro­li­ne, dat weet ik ze­ker. Vol­gens mij heb ik geen an­de­re vij­an­den op school.

Of toch wel?

Ik wil het brief­je ver­from­me­len, maar ter­wijl ik het nog een laat­ste keer lees, lo­pen de ril­lin­gen over mijn rug. Die twee woor­den: ‘Of anders.’

Of an­ders wát?

‘Het moet wel een grap zijn,’ zeg ik. ‘Bang­ma­ke­rij voor Hal­lo­ween. Ik durf te wed­den dat we daar wor­den op­ge­wacht door een stel ho­ge­re­klas­sers die ons wil­len la­ten schrik­ken of zo.’

Dat zou me niks ver­ba­zen. Ie­der­een in het dorp is dol op Hal­lo­ween en ik heb ge­noeg ver­ha­len ge­hoord over bo­ven­bou­wers die te ver gin­gen met hun bang­ma­ke­rij. Ze ver­kleed­den zich als mon­sters en ren­den ach­ter klei­ne kin­de­ren aan. Gooi­den pom­poe­nen op auto’s. Ja­ren ge­le­den zou er zelfs een kind ver­mist zijn ge­raakt tij­dens het ver­stop­per­tje spe­len op de be­graaf­plaats en pas de vol­gen­de och­tend zijn teruggevonden.

Ik hui­ver en ver­from­mel het brief­je, waar­na ik het in de prul­len­bak gooi. Wat dit ook is, ik wil er niets mee te ma­ken hebben.

‘Kom,’ zeg ik. Ik doe mijn kluis­je en mijn tas dicht. ‘La­ten we gaan. Vol­gens mij heeft mijn moe­der ein­de­lijk het Hal­lo­ween-snoep te­voor­schijn gehaald.’

‘Meer dan “snoep” hoef­de je niet te zeg­gen,’ zegt Andres. Hij haakt zijn arm in de mij­ne en we lo­pen sa­men door de gang de school uit. Maar hoe hard we ook over an­de­re din­gen pra­ten, toch word ik ach­ter­volgd door een gevoel:

Ie­mand wil dat ik naar de be­graaf­plaats kom.

Om mid­der­nacht.

Ie­mand wil me bang maken.

 

Fragment Horrorland: Ik kom je halen - K.R. Alexander
© 2022 Kluitman